Tips voor een betere onderbouwing van de classificatie

Tips voor een betere onderbouwing van de classificatie

► Stel vast of het klinische beeld overeenstemt met de algemene definitie van een per­soon­lijk­heids­stoor­nis.

► Bevestig dat de DSM-5-symptomen van een borderline-per­soon­lijk­heids­stoor­nis al lange tijd en in meerdere sociale settings aanwezig zijn.

► Doe onderzoek naar andere stoornissen die de symptomen mogelijk beter verklaren.

► Overweeg of het niet eerder gaat om een episode van een stem­mings­stoor­nis (bijvoorbeeld een depressieve episode of (hypo)manische episode) of een stabiele stem­mings­toe­stand aan de hand van de hiervoor in de DSM-5 vermelde tijdspanne. Bij een borderline-per­soon­lijk­heids­stoor­nis zijn de stem­mings­toe­stan­den over het algemeen instabiel en geneigd tot snel fluctueren.

► Bedenk dat deze stoornis vaak samengaat met andere psychische stoornissen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.