Bestudeer de volgende casus

Bestudeer de volgende casus

De heer Van den Broek, een weduwnaar van 85 jaar, laat bij een routineconsult door zijn huisarts een vertraagde motoriek, vermagering en een verminderde li­chaams­ver­zor­ging zien, wat niet overeenkomt met zijn gebruikelijke presentatie. Lichamelijk onderzoek door de huisarts en la­bo­ra­to­ri­um­on­der­zoek leveren geen bijzonderheden op. Tijdens een tweede bezoek, waarin de uitkomsten van deze onderzoeken worden besproken, vertelt de patiënt dat hij geen plezier meer beleeft aan activiteiten die hij voorheen wel leuk vond (‘Ik heb het niet eens meer naar mijn zin als ik mijn kleinkinderen zie’), dat hij zich moedeloos voelt, slaperig is, zich niet goed kan concentreren en een verminderde eetlust heeft. Hij ontkent dat hij su­ï­ci­de­ge­dach­ten of -plannen heeft, maar zegt wel: ‘Ik heb het gevoel dat ik geen reden heb om door te leven.’ Hij voelt zich de hele dag slecht, maar dat gevoel is ’s ochtends als hij wakker wordt het ergst. Zijn vrouw is drie jaar eerder overleden en hij is daar ongeveer een jaar lang erg verdrietig over geweest, waarna hij begon op te knappen. Enkele goede vrienden zijn in de afgelopen vijf jaar ook overleden. Hij heeft geen voor­ge­schie­de­nis van depressiviteit en hij gebruikt geen medicijnen die zijn symptomen zouden kunnen verklaren.

Een depressieve stoornis kan op elke leeftijd voor het eerst optreden. De heer Van den Broek heeft geen depressieve stoornis in zijn voor­ge­schie­de­nis. Als een depressieve stoornis later in het leven voor het eerst optreedt, hangt deze vaak samen met een opeenstapeling van verliezen. Van den Broek heeft zijn vrouw en enkele goede vrienden verloren. Hij beschrijft dat hij een doel in zijn leven mist en geen plannen voor de toekomst heeft, wat bij depressiviteit op latere leeftijd vaak voorkomt. Indicatief voor de depressieve stoornis met melancholische kenmerken zijn symptomen die in de vroege ochtend verslechteren; het verlies van plezier in alle of bijna alle activiteiten en/of een gebrek aan reactiviteit op stimuli die normaal aangenaam zijn; en psy­cho­mo­to­ri­sche vertraging en gewichtsverlies. In gevallen van melancholische depressiviteit kunnen ook buitensporige of onterechte schuldgevoelens worden vastgesteld. Uiteraard is het belangrijk, zoals in deze casus, om somatische aandoeningen uit te sluiten die deze symptomen zouden kunnen verklaren.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.