Differentiële diagnostiek
Differentiële diagnostiek
De belangrijkste psychiatrische stoornissen die onderscheiden moeten worden van de depressieve stoornis zijn de bipolaire-stemmingsstoornissen. Bij veel mensen met een bipolaire-stemmingsstoornis wordt immers ten onrechte een unipolaire depressieve stoornis vastgesteld en zij ontberen daardoor de juiste behandeling. Bij mensen die depressief lijken maar die een manische of hypomanische episode hebben doorgemaakt, moet een bipolaire-stemmingsstoornis worden vastgesteld. Daarom moet aan iedereen die zich met depressieve klachten presenteert worden gevraagd of er ooit een periode is geweest waarin hij of zij een verminderde behoefte aan slaap had, spreekdrang ervoer of spraakzamer was dan gebruikelijk, risicovol gedrag vertoonde dat ongebruikelijk is voor de persoon (bijvoorbeeld het kopen van dingen die hij of zij zich niet kan veroorloven, of risicovol seksueel gedrag), of andere symptomen van manie of hypomanie heeft gehad. Belangrijk is ook dat bepaalde medicijnen kunnen samenhangen met maniforme symptomen; bij mensen met symptomen die kunnen worden toegeschreven aan de effecten van medicijnen zou geen bipolaire-stemmingsstoornis moeten worden vastgesteld. Middelengebruik kan ook gepaard gaan met symptomen die lijken op depressiviteit (bijvoorbeeld bij cocaïneonttrekking). Als de symptomen volledig kunnen worden toegeschreven aan de effecten van middelengebruik of onttrekking, is een andere classificatie aangewezen. Wanneer een sombere stemming bijvoorbeeld samenhangt met cocaïneonttrekking, dan is de juiste classificatie ‘depressieve-stemmingsstoornis door cocaïne, met begin tijdens onttrekking’.
Bovendien komt depressiviteit vaak comorbide met andere psychiatrische aandoeningen voor. Angststoornissen en stoornissen in het gebruik van een middel gaan bijvoorbeeld vaak samen met ernstige depressiviteit. Wanneer iemand zich meldt voor de behandeling van een paniekstoornis, kan uit onderzoek blijken dat deze persoon ook aan de criteria voor de depressieve stoornis voldoet. Behalve dat depressieve mensen zich soms presenteren met symptomen van andere psychiatrische stoornissen kunnen ze somatische klachten hebben zoals insomnia en vermoeidheid, waarmee ze zich vaak bij de somatische gezondheidszorg melden. Dit gebeurt in alle culturen, maar meer in (sub)culturen waar het melden van lichamelijke klachten expliciet als aanvaardbaarder wordt beschouwd dan het melden van psychische klachten.
Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentiële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentiële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.