Depressieve stoornis
Iris De Koninck, een 26-jarige alleenstaande vrouw, klaagt bij haar huisarts over slapeloosheid. Uit het onderzoek blijkt dat ze ook een sombere stemming heeft, moeite heeft zich te concentreren, geen plezier beleeft aan activiteiten die ze gewoonlijk leuk vindt, minder energie en eetlust heeft, en dat ze sinds kort weleens denkt dat ze beter dood kan zijn. Ze zegt dat ze geen suïcideplan heeft, maar: ‘Als me iets ergs zou overkomen, zou het me niet kunnen schelen, denk ik.’ De klachten zijn twee maanden geleden ontstaan, nadat haar relatie met haar vriend uitging. Zij vertelt dat ze toen ze begin twintig was ook depressief is geweest, en dat dit toen ook begon na het verbreken van de relatie met haar toenmalige vriend. Iris merkt op dat ze een ‘tobber’ is — waarmee ze wil zeggen dat ze zich over een aantal kwesties zorgen maakt, vooral haar prestaties op het werk — hoewel ze nog nooit een negatieve beoordeling heeft gehad. Somatisch onderzoek levert niets op. Iris gebruikt geen middelen en heeft geen manische of hypomanische episode in haar voorgeschiedenis.
Mensen met een depressieve stoornis presenteren zich vaak bij een arts met klachten als slapeloosheid of een laag energieniveau. Hoewel somatische problemen moeten worden uitgesloten, is het belangrijk om specifieke vragen te stellen waarmee een eventuele stemmingsstoornis bij patiënten zoals Iris De Koninck aangetoond kan worden. Iris voldoet aan de criteria voor zes van de negen mogelijke symptomen van depressiviteit, en twee van die zes zijn de vereiste symptomen sombere stemming en anhedonie. Het risico op een depressieve stoornis is hoger bij vrouwen dan bij mannen. Hoewel de depressieve stoornis zich op elke leeftijd kan voordoen, wordt deze het vaakst voor het eerst vastgesteld bij twintigers. De patiënte heeft in het verleden één depressieve episode doorgemaakt. Omgevingsfactoren, in dit geval de breuk met haar vriend, zijn vaker van invloed op eerste of vroege depressieve episoden dan op episoden later in het leven. Angststoornissen komen vaak comorbide met een depressieve stoornis voor, en Iris’ omschrijving van zichzelf als een ‘tobber’ kan een indicatie zijn van een tegelijkertijd optredende gegeneraliseerde-angststoornis.