Werkwijze bij de diagnostiek

Werkwijze bij de diagnostiek

Korte perioden met een sombere stemming komen in het dagelijks leven geregeld voor. De criteria voor de depressieve stoornis vereisen een aanhoudende periode (van minimaal twee weken) waarin de persoon in kwestie gedurende het grootste deel van de dag, en bijna elke dag, ofwel een sombere stemming heeft of minder interesse heeft voor of plezier beleeft aan bijna alle activiteiten. Het is daarom van belang om vast te stellen hoelang de patiënt een sombere stemming heeft (gehad). Gezien het feit dat de classificatie minstens vijf symptomen vereist, waaronder problemen als slaapproblemen, psy­cho­mo­to­ri­sche agitatie of vertraging, vermoeidheid of verlies van energie, en suïcidale gedachten, is het nuttig om te informeren naar elk van de negen mogelijke symptomen. Omdat de criteria ook vereisen dat de symptomen lijdensdruk of klinisch significante beperkingen in belangrijke gebieden van het functioneren veroorzaken, is het van belang om te vragen hoe de symptomen het leven van de patiënt beïnvloeden en in welke domeinen (zoals familie, werk of sociaal). Aangezien depressiviteit de belangrijkste risicofactor is voor suïcide, is het essentieel om te informeren naar suïcidale gedachten. Bij elke patiënt die aan de criteria voor de depressieve stoornis voldoet moet een ri­si­co­be­oor­de­ling op suïcide worden uitgevoerd. Voorbeelden van vragen bij een dergelijke beoordeling zijn: (1) ‘Voelt u zich hopeloos over het heden of de toekomst?’; (2) ‘Heeft u er weleens aan gedacht om u van het leven te beroven?’; (3) (indien ja) ‘Hoe recent zijn die gedachten geweest?’; (4) ‘Heeft u ooit geprobeerd om u van het leven te beroven?’; (5) ‘Heeft u een specifiek plan om u van het leven te beroven?’ Factoren die samenhangen met een hoog risico op suïcide zijn sociaal isolement, gebruik van middelen en de beschikbaarheid van een dodelijke methode. In de DSM-5 staat het volgende vermeld: ‘De mogelijkheid van suïcidaal gedrag is tijdens depressieve episoden op ieder moment aanwezig. De meest consequent beschreven risicofactor is een voor­ge­schie­de­nis van suïcidepogingen of suïcidedreiging, maar daarbij moet niet worden vergeten dat de meeste geslaagde suïcides niet door een mislukte poging worden voorafgegaan. Andere kenmerken die samenhangen met een verhoogd suïciderisico zijn onder andere: van het mannelijke geslacht zijn, ongehuwd zijn of alleen wonen, en opvallende gevoelens van hopeloosheid. De aanwezigheid van een borderline-per­soon­lijk­heids­stoor­nis verhoogt het risico op toekomstige suïcidepogingen aanzienlijk’ (Handboek, p. 260).

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.