Differentiële diagnostiek
Differentiële diagnostiek
De differentiële diagnostiek van een delirium is vrij breed, omdat het hoofdkenmerk van een delirium een snel begin van verminderd bewustzijn, verminderde aandacht of verminderde oriëntatie op de omgeving is, en een daling in het denkvermogen dat zich uitstrekt, maar niet beperkt blijft, tot beperkingen in het geheugen, desoriëntatie, taal, visuospatiële vermogens en waarneming. Deze problemen komen vaak voor in het kader van de meeste uitgebreide neurocognitieve stoornissen, somatische aandoeningen en bijwerkingen door een middel/medicatie, vooral na een operatie, waarbij voor de twee laatste categorieën een passend somatisch onderzoek noodzakelijk is. Evenzo kan een delirium gezien worden bij veel psychiatrische stoornissen (psychotische stoornissen waaronder schizofrenie, de schizofreniforme stoornis en de kortdurende psychotische stoornis, bipolaire-stemmingsstoornissen en depressieve-stemmingsstoornissen met psychotische kenmerken, de acute stressstoornis, simuleren, de nagebootste stoornis en stoornissen in het gebruik van een middel). De vaakst voorkomende differentiële diagnostiek voor een delirium betreft het onderzoek of iemand een uitgebreide NCS heeft of een delirium, zowel een delirium als een NCS, of een NCS zonder een delirium. Geheugenproblemen komen zowel bij een delirium als een uitgebreide NCS voor, bijvoorbeeld bij een NCS door de ziekte van Alzheimer, maar iemand die alleen een uitgebreide NCS heeft is doorgaans georiënteerd in persoon, zoals zijn naam, leeftijd en de namen van zijn kinderen, en is zich bewust van zijn omgeving (bijvoorbeeld ziekenhuis versus woning, stad en provincie), en dit bewustzijn verandert in de loop van de dag niet. Psychotische stoornissen moeten ook in de differentiële diagnostiek worden overwogen als er waarnemingsstoornissen zijn, met name visuele hallucinaties, of wanen of onsamenhangend praten. Een snelle aanvang en fluctuatie van deze veranderingen zijn meer in overeenstemming met een delirium, terwijl een geleidelijk begin, chroniciteit en stabiliteit van deze symptomen duiden op de aanwezigheid van een psychotische stoornis. Ten slotte dienen simuleren en/of een nagebootste stoornis in de differentiële diagnostiek te worden overwogen, als er geen sprake is van een somatische aandoening die, of een middel dat, samenhangt met snelle veranderingen in de cognitieve functies.
Twee bijbehorende kenmerken die behulpzaam kunnen zijn bij de classificatie van een delirium zijn een verandering in de slaap-waakcyclus en snelle veranderingen in de emotionele toestand, die van uur tot uur kan wisselen. Voorbeelden van veranderingen in de slaap-waakcyclus zijn een verhoogde mate van slaperigheid, overmatige slaperigheid overdag, en moeilijk in slaap vallen; zo’n verandering hangt vaak samen met de stoornis, maar is niet vereist voor de classificatie. In zeldzame gevallen is er sprake van een volledige omkering van de slaapcyclus, waarbij de patiënt overdag slaapt en gedurende de hele nacht wakker ligt. Snelle veranderingen in de emotionele toestand betreffen onder meer nervositeit en onrust, en gevoelens van angst, depressiviteit, prikkelbaarheid, boosheid, apathie, of overdreven euforie. Prikkelbaarheid en woede kunnen zich uiten in gedrag als schreeuwen, vloeken, kreunen, onsamenhangend praten en het uiten van onverstaanbare klanken. Deze veranderingen treden snel en op onvoorspelbare momenten op, en fluctueren van uur tot uur. Een acute stressstoornis en een delirium kunnen beide samenhangen met intense gevoelens van angst, onrust en desoriëntatie, maar deze symptomen worden in het geval van een acute stressstoornis getriggerd door een gemakkelijk te identificeren traumatische gebeurtenis. Bij een delirium nemen de gedragsproblemen in de avond en nacht toe, wanneer de omgevingsfactoren licht en activiteit afwezig zijn.
Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentiële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentiële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.