Bestudeer de volgende casus
Bestudeer de volgende casus
De heer Van Noord is een 25-jarige man die in het ziekenhuis is opgenomen nadat hij van drie meter hoog naar beneden is gevallen van een ladder, en daarbij licht traumatisch hersenletsel en een gebroken been heeft opgelopen. Zijn buurman heeft hem bewusteloos op de grond gevonden. Bij opname in het ziekenhuis bleek hij volledig georiënteerd in tijd, plaats en persoon. Hij herinnert zich dat hij van de ladder viel en ‘wakker werd op de eerste hulp’, maar hij weet niet wie hem gevonden heeft. De duur van zijn posttraumatische amnesie is naar schatting minder dan één uur. Uit een kort onderzoek naar zijn psychische toestand blijkt dat hij moeite heeft met aftrekken vanaf 100 in stappen van 7 en om zich vijf nieuw geleerde woorden te herinneren, hetgeen indicaties zijn voor een aandachts- en een geheugenstoornis. Zijn aandacht is niet ernstig gestoord, want hij kan rijtjes reproduceren van vijf oplopende cijfers en drie teruglopende cijfers. Hij ondergaat een operatie om zijn gebroken been te stabiliseren en krijgt postoperatief morfine om zijn pijn te bestrijden. Ook wordt een katheter geplaatst. Een dag na de operatie is de heer Van Noord niet in staat om de datum en de naam van het ziekenhuis te noemen en meldt hij dat hij wordt ‘aangevallen’ door vreemden. Zijn aandacht blijkt aanzienlijk verminderd; hij is niet in staat om vragen te beantwoorden of om drie cijfers te herhalen. Een CT-scan van zijn hoofd blijkt negatief. Zijn broer informeert het personeel dat de heer Van Noord allergisch is voor morfine. Na het staken van de morfinebehandeling keren het aandachts- en oriëntatieniveau van de heer Van Noord binnen drie dagen terug naar het niveau dat hij had toen hij werd opgenomen. Hij houdt echter moeite met het zich herinneren van nieuwe informatie, zoals een rijtje van vijf woorden, en de namen van verpleegkundigen en/of artsen.
Een delirium wordt vaak veroorzaakt door een nieuw somatisch probleem zoals traumatisch hersenletsel, het starten met een nieuw geneesmiddel, of een operatie. Wanneer meerdere risicofactoren aanwezig zijn, kan een delirium zich sneller ontwikkelen. In dit geval had de heer Van Noord licht traumatisch hersenletsel, waardoor geheugenproblemen ontstonden voor onlangs geleerde informatie. Dit gaat vaker samen met traumatisch hersenletsel. Zijn aandacht was echter aanvankelijk intact en hij was zich bewust van zijn omgeving. Na de operatie, de plaatsing van een katheter en de start met een opioïde pijnstiller, zijn zijn bewustzijn van de omgeving en zijn aandacht in de loop van één nacht sterk verminderd. Het lukte hem niet om meer dan drie cijfers te herhalen, een gesprek te volgen en vragen te beantwoorden, wat duidt op een verminderde aandacht. (Iemand van zijn leeftijd moet in staat zijn om minstens vijf cijfers vooruit en drie cijfers achteruit te herhalen.) Ook kreeg hij visuele hallucinaties van bedreigende aard. Een verminderde aandacht en desoriëntatie in tijd en plaats zijn indicaties voor een aanzienlijke achteruitgang van de cognitieve toestand in vergelijking met zijn status bij opname. Nadat een opioïde pijnstiller geïntroduceerd was, vertoonde hij een allergische reactie, wat leidde tot een acuut delirium boven op een recent licht traumatisch hersenletsel. Zodra de medicatie werd stopgezet, leek het delirium binnen drie dagen te verdwijnen. Hij hield echter geheugenproblemen, zoals een week na het letsel te verwachten is bij licht traumatisch hersenletsel. Geheugenstoornissen als gevolg van licht traumatisch hersenletsel zouden volgens verwachting binnen één tot drie maanden volledig moeten verdwijnen.