Werkwijze bij de diagnostiek
Werkwijze bij de diagnostiek
De schizoaffectieve stoornis is een stoornis die moet worden vastgesteld op basis van de klinische tijdlijn van de patiënt. Omdat het een mozaïek van tijdvakken met een verstoorde stemming en/of psychose betreft, is het noodzakelijk om de precieze kenmerken van alle tijdvakken te bepalen. De classificatie kan worden bepaald door uit te gaan van de stemmingsstoornis of van de psychose. De clinicus kan dus ofwel beginnen met het stemmingsprobleem en vervolgens nagaan of er een periode is geweest met de hoofdsymptomen van schizofrenie zoals beschreven in criterium A bij een normale stemming, of beginnen met de schizofreniesymptomen van criterium A en vervolgens de mogelijkheid onderzoeken dat er gelijktijdig een stemmingsstoornis is. In onze ervaring is het meestal zo dat de stemmingsstoornis al enige tijd aanwezig is; meestal heeft de patiënt depressieve symptomen, maar soms ook manische. Alleen wanneer de stemming van de patiënt stabiel is en de psychotische symptomen aanhouden, valt de mogelijkheid van een schizoaffectieve stoornis of schizofrenie te overwegen. Voor de differentiatie tussen de laatste twee stoornissen is van belang hoelang er in totaal sprake is geweest van een stemmingsstoornis.
Het is vaak moeilijk om aan patiënten en hun verwanten uit te leggen dat er sprake is van een schizoaffectieve stoornis, omdat zij psychische ziektes vaak indelen in hetzij stemmingsstoornissen, hetzij psychotische stoornissen. In de praktijk echter komt de schizoaffectieve stoornis geregeld voor, aangezien patiënten vaker een gemengd beeld van symptomen presenteren. De schizoaffectieve stoornis vermengt niet alleen de criteria van twee stoorniscategorieën, maar doet toch ook twee afzonderlijke werkingsmechanismen vermoeden. Een analogie die wij gebruiken is het concept van brandstof voor de symptomen. Er kunnen verschillende ‘brandstoffen’ (neuroreceptoren, chemische afwijkingen en dergelijke) en onbekende ziektemechanismen zijn die onafhankelijk van elkaar de verschillende symptomen van de stemmingsstoornis en de criterium A-symptomen van schizofrenie ‘ontsteken’. Het is van belang om zowel een psychose als de symptomen van schizofrenie in criterium A te overwegen. Iemand met een schizoaffectieve stoornis heeft niet alleen een psychose; hij moet aan minstens twee van de symptomen in criterium A voldoen. Vaak zijn er in het kader van een depressieve stoornis of bipolaire-stemmingsstoornis wel wanen of hallucinaties, maar geen gedesorganiseerd spreken, ernstig psychomotorisch afwijkend gedrag of negatieve symptomen. Waarschijnlijk komt de schizoaffectieve stoornis vaker voor bij vrouwen.
Zoals in de DSM-5 wordt gesteld, is ‘voor schizofrenie en de schizoaffectieve stoornis samen […] het levenslange risico op suïcide 5%, en er is een correlatie tussen de aanwezigheid van depressieve symptomen en een hoger suïciderisico’ (Handboek, p. 187).