Differentiële diagnostiek

Differentiële diagnostiek

Nagaan of iemand een schi­zo­af­fec­tie­ve stoornis heeft is een oefening in differentiële diagnostiek. De stoornis bevat elementen van zowel schizofrenie als een ernstige stem­mings­stoor­nis. De clinicus moet de schi­zo­af­fec­tie­ve stoornis per definitie onderscheiden van drie andere belangrijke stoornissen: schizofrenie, een depressieve stoornis met psychotische kenmerken en een bipolaire-stem­mings­stoor­nis met psychotische kenmerken. Voor de classificatie is het essentieel om de psychotische symptomen los te koppelen van de stem­mings­stoor­nis en te bepalen of de stem­mings­stoor­nis meer dan de helft van de tijd heeft geduurd.

NB Als de psychotische component een nieuw element is in het beeld van de patiënt, moet dezelfde differentiële diagnostiek als bij schizofrenie worden overwogen. Iemand die minder dan één maand psychotische symptomen heeft, kan dus een kortdurende psychotische stoornis hebben, terwijl iemand die minder dan zes maanden psychotische symptomen heeft gehad een schi­zo­fre­ni­for­me stoornis kan hebben.

Andere diagnostische overwegingen zijn of de stoornis secundair is aan een stoornis door een middel/medicatie of een somatische aandoening. Ook kunnen per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen soms met een schi­zo­af­fec­tie­ve stoornis worden verward. Zo kunnen mensen met een borderline-per­soon­lijk­heids­stoor­nis en perioden van stem­mings­in­sta­bi­li­teit en psychoseachtige toestanden lijken op mensen met een schi­zo­af­fec­tie­ve stoornis. Het feit dat er bij de borderline-per­soon­lijk­heids­stoor­nis sprake is van snelle wisseling van de symptomen kan helpen bij het toekennen van de juiste classificatie.

Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentiële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentiële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.