Tips voor een betere onderbouwing van de classificatie
Tips voor een betere onderbouwing van de classificatie
► Begin met het vaststellen of er een depressieve en/of een manische episode (bipolaire-stemmingsstoornis) aan de orde is. Het is niet voldoende dat iemand emotioneel is of zich periodiek verdrietig voelt.
► Bepaal daarna of de patiënt voldoet aan criterium A voor schizofrenie, waarbij opgemerkt moet worden dat één van de symptomen hallucinaties, wanen of gedesorganiseerd spreken moet zijn.
► Bepaal vervolgens of de symptomen van schizofrenie zich hebben voorgedaan terwijl de stemmingsstoornis niet aanwezig was (deze was mogelijk als gevolg van een behandeling volledig in remissie).
► Bereken tot slot welk percentage van de tijd dat de patiënt onder behandeling is hij ofwel een manifeste stemmingsstoornis had of daarvoor behandeld werd met medicijnen. Indien deze duur langer is dan 50% van het totaal, dan is het meest waarschijnlijk dat er sprake is van een schizoaffectieve stoornis.