Schizoaffectieve stoornis

Mevrouw Kuijpers is een 30-jarige getrouwde vrouw met twee kinderen. Ze komt met haar man naar de kliniek voor een intake. Ze vertelt dat ze in haar laatste jaar op de middelbare school haar eerste depressie heeft gekregen. Ze is toen medicijnen gaan gebruiken, met goede resultaten. Vervolgens ging ze studeren op een plaatselijke hogeschool, waar ze haar man ontmoette. Het ging goed met haar totdat ze op de leeftijd van 27 jaar haar tweede kind kreeg. In die tijd is ze opnieuw depressief geworden en ging het zo slecht met haar dat ze in een isolement raakte, slecht sliep, weinig eetlust had, en de stem van een voormalige middelbare-schoolleraar begon te horen die negatieve dingen over haar zei. Ze geloofde dat de leraar van plan was om haar bij de kin­der­be­scher­ming aan te geven en dat ze dan de voogdij over haar kinderen zou verliezen. Bij die depressie is ze voor het eerst in het ziekenhuis opgenomen, waar men haar met behulp van zowel antidepressiva als antipsychotica wist te stabiliseren. Ze reageerde goed op de medicatie en keerde terug naar huis om weer voor haar kinderen te gaan zorgen. Na een jaar oordeelde haar psychiater dat het nog steeds goed met haar ging: haar stemming was goed en ze vertoonde geen symptomen van een psychose. Om lan­ge­ter­mijn­bij­wer­kin­gen te voorkomen bouwde ze haar an­ti­psy­cho­ti­sche medicatie geleidelijk af. Enkele maanden leek dit heel goed te gaan, maar toen begon ze fluisterstemmen te horen van haar vroegere leraar en andere mensen uit haar verleden. Ze beschrijft geen stem­mings­klach­ten en ze vertoont geen depressieve of manische symptomen. Tijdens het onderzoek door de psychiater meldt ze dat ze de stemmen al zes weken hoort en dat ze dacht dat deze wel zouden verdwijnen. De psychiater schrijft haar opnieuw an­ti­psy­cho­ti­sche medicatie voor, en de auditieve hallucinaties verdwijnen. De psychiater en de patiënt spreken af dat zij voorlopig zowel antidepressiva als antipsychotica blijft nemen.

Deze casus illustreert een aantal klassieke kenmerken van de schi­zo­af­fec­tie­ve stoornis. Mevrouw Kuijpers heeft eerder in haar leven depressieve symptomen gehad, en begon pas na een volgende depressieve episode symptomen te vertonen die overeenkomen met criterium A voor schizofrenie. In haar geval had ze zowel hallucinaties (de stem van haar leerkracht) als een waan (paranoïdie dat de leraar haar zou aangeven bij de kin­der­be­scher­ming). Op het moment dat ze voor het eerst psychotische symptomen begon te vertonen, had ze een volledige depressieve episode. Gezien haar voor­ge­schie­de­nis leek de depressieve stoornis met psychotische kenmerken het meest waarschijnlijk. De psychiater hield haar voorzichtig op zowel het antidepressivum (voor haar terugkerende depressies) als het antipsychoticum (voor een aanzienlijke periode). Na een jaar leek het juiste moment gekomen om te proberen de an­ti­psy­cho­ti­sche medicatie te staken. In dit geval echter keerden de psychotische symptomen van mevrouw Kuijpers terug, terwijl haar stemming binnen het normale bereik bleef. Omdat ze meldt dat ze de stemmen al langer dan twee weken hoort, heeft ze psychotische symptomen onafhankelijk van haar stem­mings­stoor­nis. Zij is ook meer dan 50% van de tijd sinds ze voor het eerst psychotisch (en meestentijds succesvol behandeld) werd depressief, waardoor ze voldoet aan criterium A voor de classificatie schi­zo­af­fec­tie­ve stoornis.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.