Persisterende depressieve stoornis (dysthymie)

Marianne Adriaans is een 28-jarige vrouw die zich op aandringen van haar vriend psychiatrisch laat onderzoeken. Hij heeft tegen haar gezegd dat ze ‘vrijwel de hele tijd down’ lijkt en dat ze misschien depressief is. Tijdens het onderzoek zegt Marianne dat ze ‘al zo lang ik mij kan herinneren’ somber is. Na ge­de­tail­leer­de­re vragen dateert ze het begin van haar somberheid op de leeftijd van ongeveer 8 jaar. Ze heeft geen last van verlies van interesse en plezier in activiteiten; ze doet aan atletiek en blijft van deze sport en andere sociale activiteiten genieten. Op sommige dagen gaat het beter met haar dan op andere, hoewel ze aangeeft dat haar sombere stemming meer dagen wel dan niet aanwezig is. Ze vermeldt ook dat ze over het algemeen een laag gevoel van eigenwaarde en een laag energieniveau heeft. Soms heeft ze moeite met het nemen van beslissingen en strijdt ze tegen de drang om te veel te eten. Uit haar fa­mi­lie­ge­schie­de­nis blijkt dat haar moeder is overleden toen Marianne 7 jaar oud was. Haar vader, die haar heeft opgevoed, beschrijft ze als ‘meestal depressief’. Toen ze een jaar of 8 was, drong het pas echt tot haar door dat haar moeder ‘voorgoed uit mijn leven verdwenen was’, en dat ze dus anders was dan haar leef­tijds­ge­no­ten, in die zin dat ze zich ‘onvolledig’ voelde. Zij vertelt over een depressieve episode aan het eind van de tienertijd, waarin ze naast een sombere stemming ook last had van anhedonie, su­ï­ci­de­ge­dach­ten, verminderde concentratie en insomnia met ’s ochtends vroeg wakker worden. De symptomen duurden wel twee jaar, maar ze voegt eraan toe dat die tegen de tijd dat ze 20 was waren verdwenen.

Een aantal zaken in de casus over Marianne Adriaans is kenmerkend voor mogelijke beelden van een persisterende depressieve stoornis (dysthymie). Een persisterende depressieve stoornis komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Het geval van Marianne Adriaans is een klassiek voorbeeld met een vroeg begin; een groot percentage van de gevallen van de persisterende depressieve stoornis begint immers in de kindertijd of adolescentie. Een voor­ge­schie­de­nis met tegenslag in de kindertijd — in dit geval het verlies van een ouder — komt ook vaak voor bij mensen met dysthymie, net als een fa­mi­lie­ge­schie­de­nis waarin depressie voorkomt, ofwel in de vorm van een depressieve stoornis ofwel van dysthymie. De symptomen die Marianne Adriaans laat zien — een sombere stemming, een laag gevoel van eigenwaarde, weinig energie, te veel eten, en moeite met het nemen van beslissingen — zijn chronisch, maar hun intensiteit is lager dan bij de depressieve stoornis (bijvoorbeeld de sombere stemming is meer dagen wel dan niet aanwezig in plaats van bijna elke dag). Haar casus is eveneens typerend in de zin dat de meeste mensen met een persisterende depressieve stoornis tijdens hun leven een depressieve stoornis doormaken. In dit geval ging de depressieve stoornis vooraf aan het begin van de dysthymie en is deze vervolgens verdwenen, terwijl de symptomen van de laatste stoornis aanhielden.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.