Differentiële diagnostiek

Differentiële diagnostiek

Zowel de depressieve stoornis als de persisterende depressieve stoornis wordt gekenmerkt door een sombere stemming. De beide stoornissen verschillen van elkaar in het aantal en de intensiteit van de symptomen, de duur van de symptomen en/of de specifieke symptomen zelf. Voor een classificatie persisterende depressieve stoornis zijn drie symptomen vereist, terwijl voor een depressieve stoornis minstens vijf symptomen zijn vereist. De depressieve stoornis vereist verder dat de sombere stemming ‘bijna elke dag’ aanwezig is, terwijl bij de persisterende depressieve stoornis het vereiste luidt: ‘meer dagen wel dan niet’. Symptomen van de depressieve stoornis moeten minimaal twee weken aanwezig zijn, terwijl de minimale ziekteduur bij de persisterende depressieve stoornis twee jaar is voor volwassenen en één jaar voor kinderen en adolescenten. Tabel 7-1 geeft de verschillen tussen de twee stoornissen weer voor wat betreft de symptomen.

Anhedonie, psy­cho­mo­to­ri­sche agitatie of vertraging, gevoelens van waardeloosheid/schuldgevoelens en suïcidale gedachten zijn niet in de criteria voor de persisterende depressieve stoornis opgenomen. Aan de andere kant is een laag gevoel van eigenwaarde een van de symptomen die kunnen worden aangetroffen bij mensen met een persisterende depressieve stoornis, terwijl dit niet wordt vermeld als criterium voor de depressieve stoornis. Een episode met een depressieve stoornis kan ook chronisch worden, wat wil zeggen dat deze twee jaar of langer duurt. In de meeste gevallen zullen mensen met een chronische depressieve stoornis aan de criteria voor de persisterende depressieve stoornis voldoen, waarbij ze de specificatie ‘met persisterende depressieve episode’ toegekend krijgen.

TABEL 7-1

Symptomen van de depressieve stoornis en de persisterende depressieve stoornis (dysthymie)

SymptoomDepressieve stoornisPersisterende depressieve stoornis
Sombere stemming
Anhedonie
Verminderde of toegenomen eetlust
Insomnia of hypersomnia
Psy­cho­mo­to­ri­sche agitatie/vertraging
Vermoeidheid/energieverlies
Gevoelens van waardeloosheid/schuldgevoelens
Verminderde concentratie
Su­ï­ci­de­ge­dach­ten
Laag gevoel van eigenwaarde
Gevoel van hopeloosheid

Een aanvullend kenmerk dat de persisterende depressieve stoornis onderscheidt van de depressieve stoornis is het sluipende begin. De persisterende depressieve stoornis begint vaak, maar niet altijd, voor de leeftijd van 21 jaar (vroeg begin) en kan niet zelden worden teruggevoerd naar de kindertijd of adolescentie.

Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentiële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentiële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.