Mevrouw Meijers, een getrouwde vrouw van 48 die zes weken geleden de diagnose borstkanker heeft gekregen, is naar de polikliniek psychiatrie doorverwezen voor een onderzoek naar wat haar oncoloog ‘angstsymptomen’ noemt. Ze heeft twee kinderen in de leeftijd van 10 en 13 jaar. Tijdens de intake vertelt ze dat ze sinds haar diagnose slaapproblemen heeft. Ze meldt ook dat ze vlak voor de afspraken met haar oncoloog last krijgt van hartkloppingen, zweten en misselijkheid, wat ertoe leidt dat ze een aantal afspraken heeft gemist. Als de clinicus haar vraagt in welk stadium haar borstkanker is, is zij niet in staat om die vraag te beantwoorden en zegt ze: ‘Ik weet het niet. Zijn er dan stadia?’ Op de vraag welke behandeling haar arts haar heeft aanbevolen, antwoordt ze: ‘Ik weet het niet, hij zei iets over een operatie.’ Ze vindt het moeilijk om zich gesprekken met haar arts te herinneren en verklaart dat ze vaak ‘een black-out krijgt’ als ze in zijn kantoor zit. Dit leidt ertoe dat ze niet actief met haar arts over de behandeling kan communiceren en zich zijn adviezen achteraf niet kan herinneren. Zij meldt dat ze zich sinds de diagnose ‘down’ voelt, en dat ze er voortdurend aan denkt dat ze kanker heeft. Ze gaat niet meer naar haar werk, dat ze al ruim vijftien jaar heeft, en het lukt haar niet om haar kinderen naar school te brengen, omdat ze ‘te depressief’ is. Ze kan haar man niet om steun vragen, omdat ze hem niet van streek wil maken.
Mevrouw Meijers heeft binnen drie maanden nadat ze vernomen heeft dat ze kanker heeft, emotionele klachten en ongewoon gedrag ontwikkeld (bijvoorbeeld het missen van afspraken). De klachten zijn zodanig klinisch significant dat ze een grote verslechtering ervaart in haar beroepsmatige functioneren (stoppen met werken) en sociale relaties (afschuiven van verantwoordelijkheden binnen het gezin en emotioneel afstand nemen van haar man). Haar symptomen hebben eigenschappen die overeenkomen met een aanpassingsstoornis met kenmerken van PTSS. Dat ze vaak ‘een black-out krijgt’ als ze bij haar arts zit en dat ze zich zijn adviezen niet kan herinneren, kan worden gezien als met PTSS samenhangende dissociatieve symptomen, behalve dan dat een diagnose van borstkanker niet aan het DSM-5-criterium voor een psychotraumatische gebeurtenis voldoet. Daarnaast heeft ze symptomen die overeenkomen met de specificatie ‘met sombere stemming’, die bij aanpassingsstoornissen aanwezig kan zijn. Aanpassingsstoornissen kunnen het beloop van een ziekte wijzigen en de somatische uitkomsten beïnvloeden. In dit geval mist mevrouw Meijers afspraken en heeft ze tijdens de bezoeken aan haar arts dissociatieve symptomen die haar belemmeren om zich actief op te stellen aangaande haar behandeling.
Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.