Werkwijze bij de diagnostiek

Werkwijze bij de diagnostiek

De sleutel tot de classificatie aan­pas­sings­stoor­nis is het vaststellen of er een aanwijsbare stressor is. De emotionele of ge­drags­symp­to­men moeten binnen drie maanden na blootstelling aan de stress­ver­oor­za­ken­de factor beginnen. De symptomen dienen aan een klinische drempel te voldoen, namelijk dat de lijdensdruk groter is dan wat men zou verwachten, en/of dat er sprake is van een aanzienlijke verslechtering van het psychosociale functioneren van de patiënt (bijvoorbeeld sociaal of beroepsmatig). Het is van belang om vast te stellen dat de stressor niet aan de criteria voor een andere specifieke psychiatrische stoornis voldoet en geen exacerbatie is van een al aanwezige psychiatrische stoornis. De symptomen van aan­pas­sings­stoor­nis­sen blijven niet langer dan zes maanden bestaan na het verdwijnen van de stressor en de gevolgen daarvan.

Bij een aan­pas­sings­stoor­nis kunnen de volgende specificaties worden toegevoegd: met sombere stemming, met angst, met gemengd angstige en sombere stemming, met een stoornis in het gedrag en met een gemengde stoornis van emoties en gedrag. Er kunnen ook on­ge­spe­ci­fi­ceer­de symptomen aanwezig zijn, zoals lichamelijke klachten, sociale terugtrekking of school- of studieproblemen.

Een aan­pas­sings­stoor­nis kan zich bij veel andere psychiatrische stoornissen ontwikkelen, zoals depressieve- of bipolaire-stem­mings­stoor­nis­sen, maar ook bij een somatische aandoening.

Een aan­pas­sings­stoor­nis wordt acuut genoemd als de symptomen maximaal zes maanden aanwezig zijn, en persisterend als de symptomen langer dan zes maanden aanhouden. Het is belangrijk om op te merken dat de symptomen niet langer dan zes maanden na het verdwijnen van de stressor mogen aanhouden. Dit betekent echter niet dat een eerste stressor niet zou kunnen leiden tot andere stressvolle gebeurtenissen, wat uiteindelijk kan resulteren in een continu of chronisch beloop. De dood van een partner kan bijvoorbeeld financiële problemen tot gevolg hebben, die weer kunnen leiden tot het verlies van iemands woning; indien gerechtvaardigd blijft de classificatie aan­pas­sings­stoor­nis gedurende deze opeenvolgende gebeurtenissen doorlopend gehandhaafd.

Zoals vermeld in de DSM-5 gaan ‘aan­pas­sings­stoor­nis­sen […] samen met een toegenomen risico op suïcidepogingen en daadwerkelijke suïcide’ (Handboek, p. 412).

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.