Bestudeer de volgende casus
Bestudeer de volgende casus
Mevrouw Cederhout is een 32-jarige, alleenstaande vrouw van Surinaamse afkomst, die zich bij een ggz-instelling meldt met gevoelens van prikkelbaarheid en angst. Op sommige momenten haalt ze verbaal uit naar collega’s en haar vriend; deze woedeaanvallen worden gevolgd door gevoelens van verdriet en wanhoop. Onlangs is ze op haar werk berispt vanwege respectloze communicatie en overmatige absentie. Mevrouw Cederhout heeft de afgelopen vijf jaar bij een middelgroot bedrijf gewerkt, waar ze behoorlijk succesvol is geweest. Ze heeft zich in een relatief korte periode opgewerkt van een administratieve functie bij aanvang tot de positie van programmamanager. Mevrouw Cederhout zegt dat ze aan het eind van het afgelopen jaar een financiële bonus heeft gekregen voor haar excellente werk. Twee maanden geleden is dit alles veranderd, toen mevrouw Cederhout niet werd geselecteerd voor een managementfunctie bij haar bedrijf. De persoon die de functie kreeg was een vrouw die mevrouw Cederhout zelf heeft opgeleid. Mevrouw Cederhout vertelt dat ze er voortdurend aan moet denken dat ze de promotie niet heeft gekregen en dat ze in haar hoofd voortdurend de dag opnieuw beleeft dat ze erachter kwam dat ze de functie niet zou krijgen. Tijdens het intakegesprek vertelt mevrouw Cederhout dat ze vaak denkt: ‘Mijn leven is verwoest en het zou zoveel makkelijker zijn als ik er niet meer was.’ Zij is ervan overtuigd dat als dit allemaal zo blijft, ze haar baan en haar vriend zal verliezen.
Het is begrijpelijk dat iemand die veel tijd en moeite heeft besteed aan zijn of haar carrière, gevoelens van woede, verdriet, ongeloof en prikkelbaarheid ontwikkelt wanneer hij of zij geen promotie maakt of een tegenslag moet incasseren. Bij symptomen die echter langer aanhouden dan mag worden verwacht, en die leiden tot ingrijpende beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen, is er mogelijk sprake van een aanpassingsstoornis. Het is van belang om vast te stellen hoelang de symptomen aanwezig zijn sinds de stressor is opgetreden, omdat volgens de criteria voor een aanpassingsstoornis de symptomen zich binnen drie maanden na het begin van de stressor dienen te ontwikkelen en korter dan zes maanden dienen aan te houden nadat de stressor en de gevolgen daarvan zijn verdwenen. Bovendien mag de stressor niet als een psychotraumatische gebeurtenis worden beschouwd. In deze casus ervaart mevrouw Cederhout duidelijke beperkingen in haar beroepsmatige en interpersoonlijke relaties. Haar reactie is klinisch significant en staat niet in verhouding tot de ernst of de intensiteit van de stressor (i.e., het niet krijgen van promotie). Het is belangrijk om de psychische voorgeschiedenis van mevrouw Cederhout grondig in kaart te brengen, om uit te sluiten dat haar symptomen een exacerbatie zijn van een al aanwezige psychiatrische stoornis. Aangezien er cultuurgebonden factoren kunnen zijn (bijvoorbeeld feitelijke of vermeende discriminatie) die bijdragen aan de lijdensdruk van deze patiënte, is het van belang om de aard en betekenis van de stressor, en de ervaring ervan door de patiënte, te begrijpen. Door inzicht te krijgen in de culturele context waarin mevrouw Cederhout functioneert, kan de clinicus beter bepalen of haar symptomen ernstiger zijn dan verwacht mag worden.
Belangrijk is dat aanpassingsstoornissen samenhangen met een verhoogd risico op suïcide en suïcidepogingen. Daarom is een gedegen risicoanalyse en -plan noodzakelijk. Dit geldt met name in deze casus, omdat mevrouw Cederhout een cognitieve overtuiging heeft geuit die in overeenstemming is met suïcidale gedachten, en die een grondige beoordeling en een behandelplan vereist om haar veiligheid te waarborgen.