Opnemen van de anamnese

Opnemen van de anamnese

Mevrouw Sawyer heeft premenstruele symptomen, die sinds de geboorte van haar kinderen zijn verslechterd. Ze heeft vooral last van prikkelbaarheid en het effect daarvan op haar gedrag en relaties. De huisarts onderzoekt de aard en de ernst van haar symptomen door haar de volgende vragen te stellen: ‘Heeft u het gevoel alsof uw stemming uit de hand loopt? Heeft u slaapproblemen of veranderingen in de eetlust of onstilbare trek in voedsel? Bent u rond uw menstruatie meer vermoeid dan normaal? Welke andere symptomen heeft u?’ De arts bepaalt in hoeverre mevrouw Sawyer onder de symptomen lijdt en beoordeelt het risico op suïcide. Hij informeert naar de gevolgen voor haar functioneren door te vragen: ‘Hoe zijn uw symptomen van invloed op uw vermogen om uw gebruikelijke activiteiten uit te voeren?’ Ook onderzoekt hij of er psychotische symptomen zijn, hoewel deze niet vaak voorkomen bij de premenstruele stem­mings­stoor­nis. De arts bepaalt vervolgens of er bij mevrouw Sawyer geen sprake is van een aanhoudende stem­mingsepi­so­de en of haar symptomen wel strikt samenhangen met haar men­stru­a­tie­cy­clus: ‘Wanneer beginnen uw symptomen precies? Verdwijnen ze helemaal of verminderen ze grotendeels nadat uw menstruatie is begonnen?’ Hij vraagt na of de patiënt een stem­mings­stoor­nis in de voor­ge­schie­de­nis heeft, of weleens stem­mings­symp­to­men heeft gehad tijdens het gebruik van orale anticonceptie. Hij beoordeelt de risicofactoren voor de premenstruele stem­mings­stoor­nis, zoals actuele stressoren, middelengebruik, somatische aandoeningen en een fa­mi­lie­ge­schie­de­nis met affectieve stoornissen.

De arts voert een grondige beoordeling van mevrouw Sawyers symptoomprofiel uit en probeert een duidelijk beeld te krijgen van de relatie tussen haar klachten en haar men­stru­a­tie­cy­clus. Affectieve labiliteit en prikkelbaarheid zijn bij de premenstruele stem­mings­stoor­nis prominent aanwezig en kunnen samengaan met lichamelijke klachten door hormonale veranderingen tijdens de men­stru­a­tie­cy­clus. Voor de classificatie premenstruele stem­mings­stoor­nis is vereist dat de symptomen vóór of kort na het begin van de menstruatie geminimaliseerd zijn, of volledig in remissie zijn. Bij vrouwen met een premenstruele stem­mings­stoor­nis is het patroon waarin symptomen aan- of afwezig zijn stabiel over de men­stru­a­tie­cy­cli. Als de patiënt prospectief dagelijkse symptoomscores bijhoudt gedurende enkele maanden, zal dat helpen om de diagnose te bevestigen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.