Differentiële diagnostiek

Differentiële diagnostiek

Hoewel beide aandoeningen zijn gekoppeld aan hormonale veranderingen in de men­stru­a­tie­cy­clus, zijn de symptomen van de premenstruele stem­mings­stoor­nis ernstiger en meer invaliderend dan die van het premenstruele syndroom. De premenstruele stem­mings­stoor­nis heeft een kort, wisselend beloop, dat verschilt van de chronische symptomen van de persisterende depressieve stoornis. Verschillende andere aandoeningen hebben symptomen gemeen met de premenstruele stem­mings­stoor­nis. Bij de depressieve stoornis duurt de sombere stemming of de anhedonie — in totaal minstens vijf depressieve symptomen — minimaal twee weken en hangt deze niet specifiek samen met een bepaalde menstruele fase. De vaakst gemelde symptomen van de premenstruele stem­mings­stoor­nis zijn affectieve labiliteit en prikkelbaarheid, terwijl bij de depressieve stoornis een sombere stemming en een verminderde interesse of plezier op de voorgrond staan.

Bij de cyclothyme stoornis is het feit dat de cyclische stem­mings­wis­se­lin­gen in het algemeen geen regelmatig menstrueel patroon volgen, het cruciale criterium in de differentiële diagnostiek. Cyclische prikkelbaarheid, samen met de afleidbaarheid en verstoring van de slaap, kunnen lijken op een premenstruele stem­mings­stoor­nis, maar die wordt niet gekenmerkt door een verhoogde doelgerichte activiteit, grandiositeit of spreekdrang. Zowel de premenstruele stem­mings­stoor­nis als de eetbuistoornis wordt gekenmerkt door een grotere consumptie van voedsel (vaak koolhydraten). Maar hoewel de eetbuistoornis bij sommige vrouwen in de luteale fase kan verergeren, beperkt deze zich niet tot deze fase.

Een stem­mings­stoor­nis of andere psychiatrische aandoening in de voor­ge­schie­de­nis is niet ongebruikelijk bij vrouwen met een premenstruele stem­mings­stoor­nis. Bij affectieve of andere psychiatrische aandoeningen kunnen stemmings- en ge­drags­symp­to­men tijdens de luteale fase verergeren (‘premenstruele verergering’), maar ze verdwijnen niet rond het begin van de menstruatie. Comorbide stoornissen zoals stoornissen in het gebruik van een middel kunnen de symptomen van de premenstruele stem­mings­stoor­nis verergeren.

Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentiële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentiële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.