Bestudeer de volgende casus
Bestudeer de volgende casus
Mevrouw Maurits, een 43-jarige alleenstaande vrouw met een familiegeschiedenis (moeder en zus) van ernstige, terugkerende depressies, meldt zich bij de huisarts met klachten over affectieve labiliteit in het afgelopen jaar. Ze voelt zich al langere tijd meer emotioneel voor het begin van haar menstruatie, maar in het afgelopen jaar zijn deze symptomen intenser geworden en is ze erg depressief en angstig, heeft ze problemen met haar geheugen en concentratie, en heeft ze het gevoel dat ze snel door emoties overmand wordt. Op dit moment heeft ze de hele maand last van nachtelijk zweten, maar wordt dit in de loop van de luteale fase erger. Ze klaagt ook dat haar dagen ‘verpest worden door een constante vermoeidheid’. Mevrouw Maurits heeft recent een leidinggevende functie op het werk gekregen en ze staat sinds een paar maanden onder grote spanning. Haar gynaecoloog heeft bij haar de diagnose ‘perimenopauze’ gesteld en heeft een oraal anticonceptiemiddel aanbevolen om ‘haar hormonen af te vlakken’. Toen ze die anticonceptiepil gebruikte, voelde mevrouw Maurits zich opgeblazen en nog emotioneler dan daarvoor, en ze zei daarover: ‘Het was alsof ik uit mijn huid barstte.’ Na twee maanden stopte ze met de pil, omdat ze die ‘ondraaglijk’ vond. Mevrouw Maurits vertelt dat ze als gevolg van de vermoeidheid is gestopt met haar dagelijkse uur aerobics. Ze drinkt sinds kort één of twee glazen wijn per avond, omdat ze zich voor haar menstruatie zo ‘opgedraaid’ voelt. In de afgelopen maand is mevrouw Maurits zich erg depressief gaan voelen, ontleent zij minder plezier aan haar activiteiten, en piekert ze veel over schuldgevoelens. Ook heeft ze geheugen- en concentratieproblemen, en passieve suïcidale gedachten. Deze symptomen verdwijnen niet wanneer haar menstruatie begint.
Zoals ook in de casus van mevrouw Maurits te zien is, rapporteren vrouwen met een premenstruele stemmingsstoornis vaak een toename van de symptomen tijdens de menopauze en is de premenstruele stemmingsstoornis een risicofactor voor een depressie tijdens de perimenopauze. Een familiegeschiedenis met stemmingsstoornissen komt vaker voor bij vrouwen met een premenstruele stemmingsstoornis dan in de controlegroep van gezonde mensen. Bij vrouwen met een premenstruele stemmingsstoornis kan ‘de pil’ voorgeschreven worden om de eisprong te voorkomen, aangezien de ovulatie een trigger is voor de premenstruele stemmingsstoornis. Bovendien wordt orale anticonceptie soms voorgeschreven aan vrouwen in de perimenopauze als oestrogeenvervangende therapie. Veel orale anticonceptiva gaan echter juist gepaard met een toename van de symptomen van de premenstruele stemmingsstoornis. Mevrouw Maurits heeft meer stress tijdens de overgang als gevolg van de verhoogde druk die op het werk op haar gelegd wordt. Vanwege de vermoeidheid die samenhangt met de premenstruele stemmingsstoornis en de overgang, is ze gestopt met aerobics, een vorm van bewegen die haar had kunnen helpen om haar stressniveau te verlagen, en in plaats daarvan is ze meer gaan drinken om haar symptomen te verlichten. Zowel van stress als van alcohol is aangetoond dat ze de symptomen van de premenstruele stemmingsstoornis verergeren, en mevrouw Maurits lijkt nu ook aan de criteria voor de depressieve stoornis te voldoen.