Werkwijze bij de diagnostiek
Werkwijze bij de diagnostiek
Patiënten met een premenstruele stemmingsstoornis hebben een duidelijk patroon van ernstige en verontrustende symptomen. Affectieve labiliteit, prikkelbaarheid, somberheid en angstsymptomen pieken doorgaans vlak voor de menstruatie en verdwijnen rond het begin van de menstruatie, of kort daarna. Patiënten kunnen moeite hebben met de concentratie; slaapproblemen hebben zoals insomnia of hypersomnia; veranderingen in de eetlust bemerken, vooral overeten of hunkering naar voedsel; en een verlies van interesse en lethargie ervaren. De classificatiecriteria vereisen dat de symptomen in het afgelopen jaar tijdens de meeste menstruatiecycli aanwezig zijn geweest, en leiden tot een aanzienlijke verslechtering van het functioneren. Er kunnen ook gedragsen lichamelijke symptomen aanwezig zijn, maar de premenstruele stemmingsstoornis mag alleen worden vastgesteld als de patiënt ook stemmings- en/of angstsymptomen heeft.
In aanvulling op de stemmings- en/of angstklachten kunnen vrouwen met een premenstruele stemmingsstoornis grote gedragsstoornissen ervaren. Zij vermijden mogelijk sociale situaties als gevolg van een verminderde interesse in hun gebruikelijke activiteiten. Door een afname van de efficiëntie en productiviteit kunnen problemen ontstaan op het werk, op school of bij het uitvoeren van gezinstaken. De gedragsmanifestaties van stemmingswisselingen, plotselinge prikkelbaarheid, gevoeligheid voor afwijzing en een verhoogde respons op stress, kunnen de relaties met de echtgenoot of partner, vrienden en familie negatief beïnvloeden. De meest voorkomende lichamelijke klachten bij patiënten met een premenstruele stemmingsstoornis zijn gevoeligheid of zwelling van de borsten en een opgeblazen gevoel. Gewrichtspijn of spierpijn en gewichtstoename kunnen ook worden gemeld.
Zoals vermeld in de DSM-5 wordt ‘de premenstruele fase […] door velen beschouwd als een risicoperiode voor suïcide’ (Handboek, p. 268).