Opnemen van de anamnese

Opnemen van de anamnese

Een 30-jarige man, Carlo Diepenbroek, klaagt over het feit dat ‘het eeuwen duurt voordat ik klaarkom’. De onderzoeker dient alle aspecten van het seksuele functioneren en seksleven van deze man uit te vragen, en begint dus met algemene vragen zoals: ‘Ben je tevreden over je seksleven? En als dat niet zo is, waarom is dat zo? Hoe vaak heb je seks? Is je partner tevreden over de frequentie en de kwaliteit van jullie seksleven?’ De vragen dienen vervolgens wat specifieker te worden en zich meer op bepaalde aspecten te richten. Zo kan na een vraag over het seksueel verlangen (bijvoorbeeld: ‘Heb je vaak behoefte aan seks?’), een erectiestoornis (bijvoorbeeld: ‘Wordt je penis hard genoeg als je seks hebt? Is er iets veranderd in je vermogen om een erectie te krijgen?’) en ejaculeren (bijvoorbeeld: ‘Heb je soms moeite om klaar te komen/te ejaculeren?’) blijken dat het voornaamste seksuele probleem vertraagde ejaculatie is, of een onvermogen om te ejaculeren. Vervolgens moeten de vragen, als volgt, nog specifieker worden: ‘Ejaculeer je helemaal niet? Duurt het de laatste tijd langer voor je klaarkomt/ejaculeert? Heb je extra stimulatie geprobeerd om een orgasme te krijgen? Ejaculeer je wel als je masturbeert? Ejaculeer je wel als je met iemand vrijt? Welke seksuele fantasieën heb je als je seks hebt en tijdens het masturberen? Vind je het erg naar dat het lang duurt om te ejaculeren of dat dit niet lukt? Vindt je partner het ook naar? Gebruik je medicijnen? Welke? Gebruik je alcohol of drugs? Voel je je somber? Ben je goed gezond? Heb je recentelijk nog lichamelijke klachten gehad?’

Wanneer de man openlijk over zijn seksuele probleem kan praten, zal het relatief eenvoudig zijn om de descriptieve classificatie van een vertraagde, verminderde of niet aanwezige ejaculatie vast te stellen. Hij moet de zekerheid hebben dat alle informatie vertrouwelijk zal worden behandeld en serieus zal worden beoordeeld, aangezien het onvermogen om te ejaculeren voor mannen erg schadelijk kan zijn voor hun gevoel van seksueel presteren en zich kunnen voortplanten (dit geldt vooral voor jongere mannen met vertraagde ejaculatie met een vroeg begin). Het is belangrijk om te kunnen vaststellen of de beperking altijd aanwezig is (in vrijwel alle gevallen), aanhoudend aanwezig is (zes maanden of langer) en niet tijdelijk is (bijvoorbeeld als gevolg van in­ter­per­soon­lij­ke problemen). Vertraagde ejaculatie of onvermogen tot ejaculeren dient bovendien lijdensdruk (ongerustheid, aan zichzelf twijfelen) of in­ter­per­soon­lij­ke problemen te veroorzaken (ontevredenheid van de partner, ruzie) om aan de clas­si­fi­ca­tie­cri­te­ria te kunnen voldoen. Het antwoord op de vraag of sprake is van een vertraagde ejaculatie vergt een klinisch oordeel en moet in een heel brede context worden bekeken, aangezien er geen consensus bestaat over wat een redelijke en algemeen aanvaarde tijdsduur is om een orgasme te bereiken. Aan de hand van de DSM-5-specificaties (levenslang versus verworven; gegeneraliseerd versus situationeel) dienen specifiekere vragen te worden gesteld, waarmee de mogelijke oorzaak of uitlokkende factoren kunnen worden vastgesteld.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.