Tips voor een betere onderbouwing van de classificatie
Tips voor een betere onderbouwing van de classificatie
► Beoordeel alle patiënten met depressieve klachten zorgvuldig op een voorgeschiedenis van manische of hypomanische episoden — vraag specifiek naar episoden met een verhoogde stemming die onmiddellijk voor of na een depressieve episode zijn opgetreden. Adviseer patiënten om hun stemmingssymptomen prospectief in kaart te brengen, met het oog op een betere onderbouwing van de classificatie.
► Zorg ervoor dat volledig aan de criteria voor een hypomanische episode is voldaan (inclusief een minimumduur van vier dagen) om te voorkomen dat ten onrechte de classificatie bipolaire-II-stoornis wordt toegekend (in plaats van een andere gespecificeerde bipolaire-stemmingsstoornis, een ongespecificeerde bipolaire-stemmingsstoornis of een unipolaire depressieve stoornis).
► Maak in verband met de overlappende symptomen een zorgvuldig onderscheid tussen depressieve episoden met gemengde kenmerken (die kunnen voorkomen bij de unipolaire depressieve stoornis en bipolaire-stemmingsstoornissen) en manische/hypomanische episoden (die voorkomen bij de bipolaire-I- en bipolaire-II-stoornis, maar niet bij de unipolaire depressieve stoornis).
► Neem een heteroanamnese op, in het bijzonder om informatie te verzamelen over mogelijke manische of hypomanische episoden in het verleden en in hoeverre er tijdens depressieve episoden sprake is van gemengde kenmerken.