Differentiële diagnostiek
Differentiële diagnostiek
Een schizotypische-persoonlijkheidsstoornis moet worden onderscheiden van andere stoornissen met psychotische symptomen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, persoonlijkheidsverandering door een somatische aandoening, stoornissen in het gebruik van een middel en andere persoonlijkheidsstoornissen en persoonlijkheidstrekken.
Een schizotypische-persoonlijkheidsstoornis kan worden onderscheiden van een waanstoornis, schizofrenie en een bipolaire- of depressieve-stemmingsstoornis met psychotische kenmerken omdat al die andere stoornissen worden gekenmerkt door een periode van persisterende duidelijke psychotische symptomen. De schizotypische persoonlijkheid wordt gekenmerkt door vreemde en excentrieke gedachten en gedragingen, met betrekkingsideeën en magisch denken, maar niet door duidelijke psychotische verschijnselen. Het kan een lastige opgave zijn om de grens tussen betrekkingsideeën en wanen en tussen magisch denken en een psychotische waan af te bakenen, vooral binnen de context dat iemand met een andere culturele achtergrond wordt beoordeeld. In zeldzame gevallen kan een tijdelijke aanwezigheid van schizotypische trekken onder bepaalde omstandigheden een verwarrend klinisch beeld opleveren. Een dergelijke situatie, van symptomen die tijdelijk de kop opsteken, rechtvaardigt geen classificatie schizotypische-persoonlijkheidsstoornis.
Bijzondere zorgvuldigheid moet worden betracht bij het onderscheiden van een schizotypische-persoonlijkheidsstoornis van een autismespectrumstoornis.
Stoornissen in het gebruik van een middel kunnen vergelijkbare symptomen geven als een schizotypische-persoonlijkheidsstoornis en moeten worden uitgesloten. Sommige psychoactieve geneesmiddelen kunnen symptomen veroorzaken die sterk doen denken aan deze stoornis.
Andere persoonlijkheidsstoornissen kunnen met de schizotypische-persoonlijkheidsstoornis worden verward omdat ze trekken met elkaar gemeen hebben. Andere cluster A-persoonlijkheidsstoornissen (i.e., de paranoïde- en schizoïde-persoonlijkheidsstoornis) kunnen vergelijkbare kenmerken hebben, zoals achterdocht, het ontbreken van hechte persoonlijke relaties en vreemde interpersoonlijke dynamiek; echter, deze stoornissen zijn meestal wel te onderscheiden van de schizotypische-persoonlijkheidsstoornis door de brede presentatie van het cluster van persoonlijkheidstrekken dat deze stoornis kenmerkt. Ook mensen met een borderline-persoonlijkheidsstoornis kunnen psychoseachtige toestanden van voorbijgaande aard hebben, maar die zijn dan meestal gekoppeld aan intense emoties of dissociatie.
Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentiële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentiële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.