Opnemen van de anamnese

Opnemen van de anamnese

De heer Willens, leeftijd 36 jaar, vertelt dat hij van origine natuurkundige is, maar na conflicten met zijn begeleider over zijn proefschrift is gestopt met zijn promotietraject. De heer Willens beweert dat zijn begeleider hem niet begreep omdat die geen ‘tijdreiziger’ is. Daarna vertelt hij dat dit niet ongebruikelijk is. ‘Mensen die niet geloven in tijdreizen zijn gewoon anders dan ik.’ Zijn taalgebruik over dit onderwerp is vaag en vol toespelingen, en het valt de onderzoeker dan ook moeilijk om onderscheid te maken tussen ‘vreemde overtuigingen of magisch denken’ en een psychotische waan.

De clinicus vraagt: ‘Kunt u me iets meer vertellen over het tijdreizen?’ De heer Willens antwoordt: ‘Er bestaan een hoop verhalen over, maar niemand weet echt of het werkt, toch? Door de re­la­ti­vi­teits­the­o­rie van Einstein weten we dat tijd en ruimte een kromming maken.’ De clinicus vraagt: ‘Maar kunt u me iets vertellen over uw eigen tijdreizen?’ De heer Willens antwoordt: ‘Verschillende objecten trillen in hun eigen frequentie. En als je erin slaagt objecten uit een bepaald tijdperk bij elkaar te zetten, zullen die allemaal vibreren in de frequentie van die tijd. Dus ik denk dat mensen kunnen tijdreizen als ze de juiste objecten om zich heen weten te verzamelen.’ De clinicus vraagt: ‘Hebt u dat tijdreizen ooit zelf gedaan?’ De heer Willens antwoordt: ‘Ik ben nog steeds bezig met het scheppen van de juiste voorwaarden. Maar ik heb wel gelezen over mensen die het hebben gedaan. En het bestaat echt!’ De clinicus vraagt: ‘Bedoelt u dat u erover hebt gelezen in romans, of kent u het uit het echte leven?’ De heer Willens antwoordt: ‘In sciencefiction kom je het voortdurend tegen. Maar ik denk dat het is gebaseerd op dingen die echt gebeuren. En op internet heb ik er waargebeurde verhalen over gelezen. De wetenschap negeert het alleen.’

De onderzoeker, die gelooft dat de heer Willens een duurzaam en pervasief patroon vertoont van maladaptieve per­soon­lijk­heids­trek­ken die overeenstemmen met de DSM-5-criteria voor een schizotypische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis, wil achterhalen of achter de overtuiging waarover de patiënt vertelt nog een bizarder idee schuilgaat. Hij probeert te achterhalen of de ongewone overtuiging als een psychotische waan moet worden beschouwd. Daarom stelt hij vragen om erachter te komen hoe onwrikbaar de overtuiging is. In deze casus is de overtuiging ongebruikelijk, maar de heer Willens beschouwt deze niet als iets wat absoluut vaststaat, zoals hij zou hebben gedaan als het een psychotische waan was geweest. Bovendien beweert hij niet dat hij het tijdreizen zelf heeft ervaren, een uitwerking die wel mogelijk is bij iemand met psychotische symptomen; hij gelooft alleen dat tijdreizen mogelijk is. Dit past meer in een patroon van de vreemde overtuigingen bij iemand met een schizotypische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis dan bij een psychotische waan.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.