Differentiële diagnostiek
Differentiële diagnostiek
Een belangrijk verschil tussen vasculaire ziekte en andere oorzaken van NCS is dat vasculaire aandoeningen, met name in de vorm van een ernstige beroerte, vaak leiden tot een stapsgewijs patroon van achteruitgang, met plotselinge, sterke dalingen gevolgd door perioden van stabiliteit. De ziekte van Alzheimer, de lewylichaampjesziekte en frontotemporale degeneratie veroorzaken daarentegen een continue, lineaire progressie. Bij afwezigheid van een of meer ernstige beroertes kunnen progressieve vaataandoeningen echter ook leiden tot een continue achteruitgang. In dit soort situaties kan met beeldvormend onderzoek cerebrovasculaire schade aangetoond worden die ernstig genoeg is om cognitieve beperkingen te veroorzaken. Met beeldvormend onderzoek kan ook bepaald worden of er significante atrofie aanwezig is die duidt op de ziekte van Alzheimer.
NB Risicofactoren voor een vasculaire NCS (bijvoorbeeld hypertensie of diabetes) zijn ook risicofactoren voor de ziekte van Alzheimer, en patiënten bij wie er aanwijzingen zijn voor zowel de ziekte van Alzheimer als een cerebrovasculaire aandoening voldoen aan de criteria voor een NCS door multipele oorzaken. Bij een NCS met lewylichaampjes betreft het meestal fluctuaties in de cognitieve disfuncties, visuele hallucinaties en parkinsonisme, symptomen die normaal gesproken niet voorkomen bij een vasculaire NCS. Ten slotte kan frontotemporale degeneratie ook beperkingen in het executieve functioneren veroorzaken, maar dit gebeurt op een meer geleidelijke manier dan bij een vasculaire NCS wordt gezien, en met minder betrokkenheid van cerebrovasculaire aandoeningen.
Mensen met een vasculaire NCS hebben vaak overlappende symptomen van depressiviteit in verband met schade van de fronto-subcorticale netwerken. De clinicus moet zorgvuldig beoordelen of iemands beperkingen het gevolg zijn van een combinatie van vasculaire ziekte en depressiviteit of van slechts één factor. Gelijktijdig voorkomende depressieve symptomen kunnen het ziektebeeld verergeren en reageren mogelijk niet op dezelfde behandeling als niet-vasculaire depressies.
Mensen met traumatisch hersenletsel hebben vaak cerebrovasculaire schade, zoals bloedingen en subdurale hematomen. Hoewel deze aandoeningen op zich beperkingen veroorzaken die als een NCS samenhangend met vasculaire ziekte (i.e., beroertes) kunnen worden beschouwd, is de voornaamste oorzaak het traumatische hersenletsel, en dus dient bij hen een NCS door traumatisch hersenletsel te worden toegekend. Beroertes op bepaalde locaties (bijvoorbeeld de basale ganglia en de hippocampus) kunnen beperkingen veroorzaken die lijken op aandoeningen die sterk samenhangen met deze locaties (bijvoorbeeld de ziekte van Parkinson of de ziekte van Alzheimer), maar de juiste classificatie is hier een vasculaire NCS. Mensen in de acute fase van een beroerte kunnen ook een delirium ervaren. Ten slotte kunnen ook andere somatische aandoeningen, zoals een hersentumor of multiple sclerose, leiden tot cognitieve beperkingen, soms met profielen die vergelijkbaar zijn met die van een vasculaire NCS. Een vasculaire NCS mag niet worden vastgesteld als een of meer van deze aandoeningen de cognitieve beperkingen kan verklaren.
Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentiële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentiële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.