Genderdysforie bij kinderen
Rivka is een meisje van 16 jaar. Haar ouders komen met haar naar het spreekuur omdat het feit dat Rivka blijft volhouden dat ze een jongen is hen nu al een paar jaar tot wanhoop drijft. Ze wil jongenskleren dragen en met een androgenenbehandeling beginnen. Wat de ouders eerder hadden beschouwd als een gril die met de jaren wel zou overwaaien, is, zo beginnen zij zich nu te realiseren, in werkelijkheid een diep gekoesterde overtuiging. Uit de anamnese blijkt dat Rivka op de leeftijd van ongeveer 3 jaar meer belangstelling begon te krijgen voor het spelen met het speelgoed van haar oudere broer: auto’s, vrachtwagens, soldaatjes, zwaarden enzovoort. Ze had geen belangstelling voor het typische meisjesspeelgoed dat haar ouders maar voor haar bleven kopen, zoals poppen, mini huishoudelijke voorwerpen en schattige knuffelbeesten. Toen ze 4 jaar was verklaarde ze dat ze een jongen was; op elke poging om haar uit te leggen dat het anders lag, reageerde ze met huilend protest. Toen Rivka 5 jaar was en in de onderbouw van de basisschool zat, ging ze veel liever met jongens om dan met meisjes, en speelde met hen competitieve spelletjes met veel lichamelijk contact. Bij sociale activiteiten met meisjes hield ze zich afzijdig, en verkoos ze alleen zijn boven meedoen met hun spelletjes en andere activiteiten. Dan vroeg ze: ‘Waar zijn de andere jongens? Waarom ben ik hier de enige?’ Naar school wilde ze per se jongensachtige kleren aan en ze verzette zich tegen het dragen van meer typische meisjeskleding. Toen ze ongeveer 7 jaar was, had ze lievelingsfilms en favoriete tv-series die gingen over een jonge mannelijke held of andere jongensonderwerpen waarmee ze zich identificeerde. Als ze thuis naar een film over middeleeuwse ridders zat te kijken, waar ze dol op was, zat ze met een speelgoedzwaard op schoot en maaide terwijl haar held ten strijde trok hier enthousiast mee om zich heen.
Tijdens haar latere kinderjaren was Rivka een fysiek actief kind dat hield van voetbal, hardloopwedstrijden en andere sporten. Als een groep jongens haar niet in hun team toeliet omdat ze een meisje was, voelde ze zich diep gekwetst; als dit gebeurde riep ze luidkeels: ‘Maar dat ben ik niet, ik ben geen meisje!’ Inmiddels had ze wel geleerd om niet openlijk te verklaren dat ze een jongen was, na haar ervaringen met pesten en uitgelachen worden als ze dit wel deed.
Toen Rivka in de puberteit begon te komen, ging ze zich steeds meer isoleren. Ze paste nergens bij: meisjes vonden haar ‘raar’ en ontliepen haar net zo goed als zij hen, en jongens waren geneigd haar te negeren of uit te maken voor ‘mafkees’. Rivka ervoer het als ‘tragisch’ dat ze geen penis had; ze haatte het dat ze borsten kreeg, die ze dan ook met doeken afbond. Ze voelde zich emotioneel en seksueel aangetrokken tot meisjes en beschouwde zichzelf als heteroseksueel. Toen ze op 14-jarige leeftijd voor het eerst menstrueerde, ‘huilde ze dagenlang’ en maakte een eerste depressieve episode van drie maanden door.
Al sinds haar jongste kinderjaren geeft Rivka blijk van een besef en overtuiging dat ze niet tot het gender behoort dat haar bij de geboorte is toegewezen. Ze had altijd al een voorkeur voor jongensspeelgoed, wees typisch meisjesspeelgoed af, en droeg en draagt graag jongensachtige kleding. Haar manier van lopen en lichaamstaal zijn in sterke mate typisch mannelijk. Als kind koos ze ervoor om te gaan met jongens en met hun spel mee te doen als zij haar accepteerden. Ze voelt zich erg op haar gemak in cross-genderrollen en wijst gendertypische rollen af. Bij het spelen vroeger deed ze vaak alsof en fantaseerde ze dat ze een jongensheld was of een verpletterend knappe middeleeuwse ridder. Ze haat het dat ze geen penis heeft en wil graag van haar borsten af.