Werkwijze bij de diagnostiek

Werkwijze bij de diagnostiek

De classificatie genderdysforie bij kinderen moet worden overwogen wanneer de clinicus een kind ziet, meestal door de ouders meegenomen naar het spreekuur, dat al vanaf jonge leeftijd aanzienlijk lijdt onder twijfel of verwarring over zijn of haar gender of er zelfs absoluut van overtuigd is dat hij of zij tot een ander gender behoort dan het bij de geboorte toegewezen gender. Deze twijfel of overtuiging, op zichzelf al een bron van leed, heeft vervolgens binnen de gezinsstructuur tot vervreemding geleid, de acceptatie door speel­ka­me­raad­jes bemoeilijkt en/of de activiteiten en prestaties op school verstoord.

De ouders en anderen ervaren deze kinderen als ‘raar’, ‘maf’, ‘vreemd’, ‘anders’, ‘onaangepast’, enzovoort, en reageren op deze eigenaardigheid met afwijzing, plagerijen, kleinerende opmerkingen, vernederingen of — en dat is geen zeldzaamheid — geweld. Dit heeft tot gevolg dat kinderen met genderdysforie zich anders of afwijkend gaan voelen en over zichzelf gaan denken in termen van afwijkend, bizar, gestoord en ongewenst. Wat begon als onbegrip dat anderen niet inzien wat toch zo duidelijk is — dat er bij de geboorte een ‘fout’ is gemaakt bij de toewijzing van het geslacht — maakt plaats voor wanhoop over het besef dat zij biologisch zijn geboren met een anatomie die niet overeenstemt met hun psychologische genderbeleving, diepe overtuiging en de werkelijke subjectieve ervaring van hun ‘ware’ gen­de­ri­den­ti­teit, de identiteit die zij graag als ‘echte’ identiteit zouden willen hebben.

Sommigen slagen erin het feit dat ze zo in de knel zitten te verbergen en ontwikkelen een grondig uitgewerkt ‘vals zelf’ dat veel aandacht en levensenergie opslurpt, terwijl hun verborgen ‘ware zelf’ steeds verder raakt afgesneden van de buitenwereld. Mensen die in deze situatie verkeren lijden intens.

Belangrijk is dat de classificatie gen­de­ri­den­ti­teits­stoor­nis in de DSM-IV veranderd is in genderdysforie in de DSM-5. De psychiatrische classificatie is niet alleen gebaseerd op de aanwezigheid van een andere gen­de­ri­den­ti­teit of het verlangen om van gender te veranderen, maar omvat ook het persoonlijke leed, de verstoring van het gezinsleven en de moeilijkheden in het sociale domein die deze specifieke variatie van het mens-zijn voor de patiënt met zich mee heeft gebracht. Als zelfs binnen de context van een volledig accepterende omgeving de persoon in kwestie nog steeds worstelt met de incongruentie van zijn of haar paradoxale natuur, zoals blijkt uit vervreemding van zijn of haar genitale en/of overige anatomie, wordt de classificatie genderdysforie toegekend.

De clinicus dient zich dan ook te concentreren op de verstoring van de iden­ti­teits­vor­ming, de aanpassing aan de buitenwereld, de aanwezigheid van succesvolle co­ping­me­cha­nis­men of het ontbreken daarvan, problemen met de integratie in het sociale milieu en de negatieve introjecties die de betrokkene heeft omarmd en die leiden tot zelfhaat, depressiviteit, angst en slechte prestaties op het gebied van het leren en de omgang met andere mensen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.