Differentiële diagnostiek

Differentiële diagnostiek

Een uitgebreide of beperkte NCS door de ziekte van Alzheimer verschilt van een vasculaire NCS in de zin dat er bij de laatste stoornis bij beeldvormend onderzoek meestal een afgebakende ce­re­bro­vas­cu­lai­re gebeurtenis of vasculaire schade gezien kan worden die gerelateerd kan worden aan de ontwikkeling van een vasculaire NCS, terwijl de ziekte van Alzheimer zich veel geleidelijker ontwikkelt, zonder een duidelijke trigger. Andere aandoeningen, zoals le­wy­li­chaam­pjes­ziek­te of de ziekte van Parkinson, ontwikkelen zich ook geleidelijk, maar deze aandoeningen hebben symptomen (bijvoorbeeld visuele hallucinaties of motorische symptomen) die niet kenmerkend zijn voor de ziekte van Alzheimer. Symptomen van executieve disfunctie en een achteruitgang van het sociaal-cognitieve functioneren kunnen bij zowel de ziekte van Alzheimer als de gedragsvariant van frontotemporale NCS optreden, en taalproblemen (bijvoorbeeld moeilijk de juiste woorden kunnen vinden of moeilijkheden in de spraakproductie) kunnen optreden bij zowel de ziekte van Alzheimer als de taalvariant van frontotemporale NCS. Bij de ziekte van Alzheimer wordt echter doorgaans ook het geheugen aangetast, terwijl dit in de vroege stadia van frontotemporale degeneratie niet het geval is. Een frontotemporale NCS komt het meest voor bij patiënten die jonger zijn dan 65 jaar (hoewel 20–25% van de gevallen ouder is dan 65), terwijl de ziekte van Alzheimer doorgaans later in het leven optreedt.

Tijdens de beoordeling moeten andere somatische oorzaken van cognitieve disfuncties (bijvoorbeeld een vitamine B12-gebrek of een schild­klier­aan­doe­ning) door middel van la­bo­ra­to­ri­um­on­der­zoek worden uitgesloten. Symptomen van een delirium ontwikkelen zich doorgaans snel (bijvoorbeeld binnen uren of dagen), terwijl de symptomen van de ziekte van Alzheimer zich meestal geleidelijk manifesteren, in een tijdspanne van enkele maanden.

Een depressieve stoornis, een ge­ge­ne­ra­li­seer­de-angststoornis en een post­trau­ma­ti­sche-stressstoornis (PTSS) kunnen bij oudere volwassenen vaak interfereren met het cognitieve functioneren. Deze stoornissen leiden echter meestal niet tot de cognitieve profielen die samenhangen met de ziekte van Alzheimer. Hoewel mensen met deze stoornissen bijvoorbeeld moeite kunnen hebben met het opnemen van nieuwe informatie op geheugentests, zijn ze meestal wel in staat om deze informatie enige tijd te onthouden, terwijl mensen met de ziekte van Alzheimer nieuwe informatie snel vergeten. Ook kunnen bij de ziekte van Alzheimer taalproblemen optreden, maar bij een depressieve stoornis, ge­ge­ne­ra­li­seer­de-angststoornis of PTSS meestal niet.

De ziekte van Alzheimer begint over het algemeen op latere leeftijd, wanneer mensen vatbaarder zijn voor een verscheidenheid aan andere somatische problemen. Evenals andere aandoeningen die de hersenen aantasten, is de ziekte van Alzheimer een risicofactor voor een delirium; mensen hebben vaak beide aandoeningen. Bij ouderen verhoogt het hebben van een vasculaire aandoening het risico op de ziekte van Alzheimer, en kan het ook op zichzelf een NCS veroorzaken. Een comorbide vasculaire aandoening kan leiden tot symptomen als een verminderde ver­wer­kings­snel­heid en executieve disfuncties. Depressieve symptomen hangen sterk samen met de ziekte van Alzheimer; uit sommige onderzoeken blijkt dat mensen met een voor­ge­schie­de­nis van depressieve symptomen een hoger risico hebben op de ziekte van Alzheimer en dat mensen bij wie recent de ziekte van Alzheimer is vastgesteld, vaak in reactie op de diagnose depressieve symptomen ontwikkelen. Clinici dienen nieuwe alz­hei­mer­pa­ti­ën­ten zorgvuldig te beoordelen op su­ï­ci­de­ge­dach­ten, vooral degenen die in demografisch opzicht een verhoogd risico hebben op suïcide (bijvoorbeeld oudere blanke mannen). Bij mensen met de ziekte van Alzheimer kunnen comorbide depressieve symptomen ook versneld tot een cognitieve achteruitgang leiden. Door alcoholmisbruik kunnen de symptomen van de ziekte van Alzheimer bij ouderen verergeren, en patiënten met een voor­ge­schie­de­nis van alcoholmisbruik zouden hun alcoholgebruik moeten verminderen of staken.

Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentiële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentiële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.