Opnemen van de anamnese

Opnemen van de anamnese

Mevrouw Barends meldt dat het geheugen van haar 77-jarige man steeds minder wordt. Ze legt uit dat zijn lan­ge­ter­mijn­ge­heu­gen normaal is, maar dat zijn kor­te­ter­mijn­ge­heu­gen slecht is. De onderzoeker vraagt aan haar: ‘Kunt u mij een voorbeeld geven?’ Dan vertelt ze dat hij de hele dag door vragen herhaalt. Op de vraag of deze problemen met het geheugen invloed hebben op zijn dagelijkse leven is mevrouw Barends niet in staat een duidelijk antwoord te geven. De onderzoeker vraagt dan: ‘Laten we zeggen dat u een paar dagen de stad uit moet. Zou u zich er prettig bij voelen om uw echtgenoot een paar dagen alleen thuis te laten?’ Mevrouw Barends roept dan: ‘Nee, dat kan ik niet doen! Hij zou dan het gas laten branden en het huis laten afbranden! Hij zou ook verdwalen als hij vanaf de supermarkt naar huis rijdt.’ Later vraagt de onderzoeker: ‘Is er misschien een gebeurtenis geweest die deze problemen mogelijk heeft veroorzaakt?’ Mevrouw Barends kan zich dat niet herinneren, maar ze geeft aan dat ze wist dat er een probleem was toen ze merkte dat haar man grote moeite had om te leren hoe hij de nieuwe televisie — die ze een jaar geleden hadden gekocht — moest bedienen. Ze vertelt ook dat hun dochter, die in het buitenland woont en die enkele maanden geleden voor haar jaarlijkse bezoek aan haar ouders naar Nederland was gekomen, bezorgd was over hoe ‘anders’ haar vader leek.

Mevrouw Barends meldde problemen met het ‘kor­te­ter­mijn­ge­heu­gen’ van haar echtgenoot. De termen ‘geheugen’, ‘kor­te­ter­mijn­ge­heu­gen’ en ‘lan­ge­ter­mijn­ge­heu­gen’ hebben voor leken verschillende betekenissen, en als patiënten of hun verzorgers deze termen gebruiken, dient de clinicus altijd te vragen wat zij er precies mee bedoelen. De voorbeelden die zij geven kunnen hem of haar helpen om hypotheses op te stellen over de vraag of de persoon in kwestie een beperkte of een uitgebreide NCS heeft, of de beperkingen te wijten zijn aan andere oorzaken, zoals een beroerte of traumatisch hersenletsel, in welke mate depressieve of angstklachten invloed hebben op het functioneren enzovoort. Als bijvoorbeeld een manager moeilijkheden rapporteert met het onthouden van de namen van al zijn of haar personeelsleden, kan dit duiden op een beperkte NCS. Als iemand daarentegen ernstiger ge­heu­gen­pro­ble­men rapporteert, zoals die in deze casus, kan dit meer symptomatisch zijn voor een uitgebreide NCS door de ziekte van Alzheimer. Het vragen naar voorbeelden dient nog een ander doel: het beoordelen van de effecten van de beperkingen op het dagelijkse functioneren. Patiënten en/of hun mantelzorgers zijn soms niet in staat om duidelijke antwoorden te geven over het dagelijkse functioneren. Een vraag als die in deze casus, over een paar dagen de stad uit gaan, kan behulpzaam zijn om een duidelijk antwoord te verkrijgen. Tot slot laat de casus zien dat een nieuw probleem vaak pas opgemerkt wordt als de persoon in kwestie zich in een nieuwe situatie bevindt (bijvoorbeeld leren hoe je een nieuw apparaat moet bedienen) of als iemand die de betrokkene niet vaak ziet de verandering opmerkt (bijvoorbeeld een familielid dat na een lange periode van afwezigheid weer op bezoek komt).

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.