Screeningsinstrumenten
Abraham M. Nussbaum
De meeste mensen gaan met psychische klachten eerst naar een hulpverlener die ze al kennen. Binnen de gezondheidszorg is dat meestal een arts, een verpleegkundige of een andere professional die doorgaans geen gespecialiseerde ggz-opleiding heeft gehad. De meeste psychische zorg vindt dus plaats in de spreekkamer van eerstelijnszorgverleners.
Om de lacune te overbruggen tussen de ggz-opleiding van deze zorgverleners en de hoeveelheid ggz-zorg die zij verlenen, zijn in de DSM-5 dimensionale screeningsinstrumenten opgenomen die in een eerstelijns- of ggz-setting kunnen worden gebruikt: de niveau 1-vragenlijst algemene psychiatrische symptomen. Een papieren versie (te downloaden van www.dsm-5-nl.org) van deze beknopte, prettig leesbare instrumenten kan door de patiënt of door iemand die hem goed kent, voorafgaand aan een consult worden ingevuld. Ieder instrument heeft een aantal korte vragen over recente klachten, bijvoorbeeld over ‘zich meer dan anders prikkelbaar, humeurig of boos voelen’. Deze screeningsvragen hebben betrekking op de voornaamste symptomen van de belangrijkste stoornissen. Bij iedere uitspraak over een symptoom kan de patiënt op een vijfpuntsschaal aangeven hoeveel last hij hiervan heeft gehad: 0 = geen; 1 = gering; 2 = licht; 3 = matig; en 4 = ernstig. Ieder instrument zit zo in elkaar dat het gemakkelijk is in te vullen. Wanneer een patiënt last heeft van een klinisch significant probleem in een van de domeinen, kunt u een gedetailleerder beoordelingsinstrument gebruiken, een van de niveau 2-vragenlijsten. Deze instrumenten zijn (in het Engels) te vinden op www.psychiatry.org/dsm5.
Zoals uit dit voorbeeld blijkt, zijn in de DSM-5 meerdere screeningsinstrumenten en dimensionale meetinstrumenten in een hiërarchische samenhang opgenomen. De eerste beoordeling, de eerder genoemde niveau 1-vragenlijst algemene psychiatrische symptomen, kan voorafgaand aan het eerste onderzoek door de persoon zelf worden ingevuld of, wanneer het een kind betreft, door een ouder of verzorger. De versie voor volwassenen bestaat uit 23 vragen waarmee de symptomen van 13 psychiatrische domeinen worden beoordeeld. De versie voor kinderen bestaat uit 25 vragen waarmee 12 domeinen worden onderzocht. Voor de meeste, maar niet alle, symptoomdomeinen waarop in de niveau 1-vragenlijst algemene psychiatrische symptomen wordt gescreend, bestaat een aparte niveau 2-vragenlijst voor specifieke problemen, zoals angst. De niveau 1- en niveau 2-vragenlijsten zijn een hulpmiddel voor de clinicus bij het vaststellen en behandelen van de problemen die de patiënt ervaart.
Hoe kunt u de respons en de voortgang van iemand meten wanneer deze inmiddels als patiënt in behandeling is? De DSM-5 stelt voor om deze niveau 2-vragenlijsten algemene psychiatrische symptomen bij de eerste beoordeling van de patiënt te gebruiken, deels zodat u kunt vaststellen wat zijn uitgangswaarde is, om daarna tijdens de behandeling regelmatig op de vragenlijst te kunnen teruggrijpen. Deze meetinstrumenten meten dimensies (en niet zozeer stoornissen) die meerdere classificatiecategorieën bestrijken. Hiermee kunt u bijvoorbeeld bij een patiënt met schizofrenie behalve de psychotische symptomen, ook bijhouden hoe zijn depressieve symptomen zich ontwikkelen. Een systematisch gebruik van deze algemene psychiatrische vragenlijsten kan significante veranderingen in de symptomatologie van de patiënt aan het licht brengen en meetbare behandelresultaten opleveren voor uw behandelplannen. Bovendien kunnen onderzoekers op basis van de verzamelde gegevens lacunes in het huidige classificatiesysteem achterhalen.