Let op: deze informatie is gebaseerd op de DSM-5, maar ze is wel te gebruiken naast de DSM-5-TR.

Culturele be­oor­de­lings­in­stru­men­ten

Abraham M. Nussbaum

Naast het voorgaande wordt in de DSM-5 ook opnieuw aandacht besteed aan de specifiek culturele aspecten van psychisch lijden. Zoals ik in hoofdstuk 1 heb besproken, oefenen culturele krachten een diepgaande invloed uit op lijden, ziekte en de beleving van ziekte. In hoofdstuk 2 heb ik aanbevolen de patiënt te vragen naar hoe ziekte en gezondheid volgens hem cultureel worden opgevat, aangezien dit een efficiënte manier kan zijn om een therapeutische relatie op te bouwen en tegelijkertijd relevante informatie te verzamelen. Zo’n culturele anamnese kan bovendien een meer persoonlijke invulling geven aan de classificatie, die daardoor nauwkeuriger wordt (Bäärnhielm & Rosso, 2009).

Om deze culturele informatie in een diagnostisch onderzoek te kunnen gebruiken, is het zinvol de begrippen eerst te definiëren. Een cultureel syndroom is een cluster psychische symptomen die binnen een specifieke cultuur of gemeenschap voorkomt. Het syndroom kan al dan niet door de leden van een gemeenschap of door buitenstaanders als een ziekte worden gezien. Een klassiek voorbeeld is ataque de nervios (‘zenuwaanval’), een syndroom met psychisch lijden dat wordt gekenmerkt door het plotseling optreden van een hevige angst, die lichamelijk vaak wordt ervaren als een vanuit de borst opstijgende hitte, wat tot agressief of suïcidaal gedrag kan leiden (Lewis-Fernández et al., 2010). Het syndroom hangt vaak samen met spanningen in de familie binnen Latijns-Amerikaanse gemeenschappen (Lizardi et al., 2009). Een cultuurgebonden uitingsvorm van lijdensdruk (idiom of distress) als ataque de nervios is een manier waarop psychische klachten door leden van een bepaalde gemeenschap bespreekbaar worden gemaakt. Ten slotte biedt een culturele verklaring van een subjectief ervaren oorzaak een ver­kla­rings­mo­del voor het waarom van het psychisch lijden of van een ziekte (American Psychiatric Association, 2013, 2014).

Het Cultural Formulation Interview (CFI) is een gestructureerd instrument dat voor de DSM-5 is aangepast om te beoordelen hoe het psychisch lijden van een bepaalde patiënt door cultuur wordt beïnvloed. Het CFI kan op ieder moment tijdens het diagnostisch onderzoek worden ingezet, maar in de DSM-5 wordt voorgesteld dit te gebruiken wanneer de patiënt tijdens een onderzoek dreigt af te haken, wanneer u moeite heeft om tot een classificatie te komen, of wanneer het lastig is om de dimensionale ernst van een classificatie te bepalen (American Psychiatric Association, 2013, 2014). De toepassing van het CFI is vooral in mi­gran­ten­ge­meen­schap­pen onderzocht (Martínez, 2009), maar dit hoeft niet te betekenen dat het gebruik van dit instrument is beperkt tot situaties waarin u ervaart dat de patiënt in cultureel opzicht van u verschilt. U kunt in alle settings baat hebben van het CFI, omdat ‘culturele’ verklaringen voor het waarom van ziek worden en weer genezen zich niet beperken tot mi­gran­ten­ge­meen­schap­pen maar op alle gemeenschappen van toepassing zijn. Iemand van wie u aanneemt dat hij uw eigen culturele verklaringen over ziekte en gezondheid deelt, kan soms een heel andere uitleg geven aan de vraag waarom mensen ziek worden en weer genezen. Bovendien is het CFI het meest pa­ti­ënt­ge­cen­treer­de onderdeel van de DSM-5 en het gebruik hiervan maakt het diagnostische proces nauwkeuriger.

Het CFI is geen systeem waarbij waarden aan symptomen worden toegekend, maar een reeks vingerwijzingen waarmee u kunt beoordelen hoe een patiënt over zijn lijden denkt, en over de etiologie, de behandeling en de prognose daarvan. In hoofdstuk 10 heb ik een ge­o­pe­ra­ti­o­na­li­seer­de versie van het CFI opgenomen, maar in de DSM-5 zelf is aanvullende informatie te vinden. Het is ook beschikbaar via www.dsm-5.nl, evenals de informantversie en enkele aanvullende modules.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.