Conclusie
Abraham M. Nussbaum
De kritiek op de DSM-5 is vooral dat het risico bestaat dat het handboek wordt gebruikt als een psychiatrische checklist in plaats van als onderdeel van een meer omvattend onderzoek (McHugh & Slavney, 2012). Het is zeker mogelijk om de DSM-5 op die manier te beschouwen en te gebruiken. Maar we kunnen deze ook inzetten als hulpmiddel bij het diagnostisch onderzoek, om de klachten die iemand ons beschrijft te karakteriseren en als aanzet tot een beter begrip van zijn lijden. Ondanks de kritiek is er niets aan de DSM-5 zelf wat ons weerhoudt van een zo breed mogelijk onderzoek van de patiënt. Het is zeker waar dat de DSM nog steeds uitgaat van de ervaringen en klachten die iemand zelf meldt, maar dit kunnen we opvatten als een impliciete erkenning van de grenzen van onze beschikbare kennis over psychisch lijden. Op die manier kunnen we de DSM-5 inzetten op een manier die recht doet aan onze focus op het welzijn van de patiënt en aan onze nederigheid en bereidheid om onze opvattingen bij te stellen op basis van voortschrijdend inzicht. Om kort te gaan kunnen we een DSM-5-classificatie gebruiken als een uitnodiging om iemands psychisch lijden beter te gaan begrijpen en als een aanzet tot een gesprek in plaats van als een eindconclusie.