Let op: deze informatie is gebaseerd op de DSM-5, maar ze is wel te gebruiken naast de DSM-5-TR.

De vorming van een therapeutische relatie door rolverhoudingen

Abraham M. Nussbaum

Als we naar een patiënt luisteren horen we meestal niet alleen wat hij zegt maar ook, met een ervaren oor, hoe hij het zegt. Op den duur zullen we ook moeten vaststellen tegen wie hij het zegt. In elke conversatie gaan mensen onbewust uit van een bepaalde rolverdeling. In een klinisch gesprek kan de patiënt u bijvoorbeeld ervaren als een liefhebbende ouder, een wrede leeftijdgenoot of een onverschillige partner. Een bedreven therapeut stelt heel snel vast op welke manier een patiënt beoordeelt of hij mensen kan vertrouwen of juist moet wantrouwen. In een goede therapeutische relatie moeten we het gesprek met de patiënt afstemmen op basis van zijn behoeften.

Dat is een ingewikkelde vaardigheid. Om die onder de knie te krijgen is oefening nodig en dat valt buiten de reikwijdte van dit boek. Het beste leerboek hiervoor is het klassieke werk van Otto Kernberg (1984): Severe personality disorders. Dit hele boek, maar vooral de eerste twee hoofdstukken, is belangrijk voor wie graag meer wil leren begrijpen van rolverhoudingen tijdens het diagnostisch onderzoek. Op basis van Kernbergs werk raad ik u aan zich tijdens de anamnese in stilte af te vragen:

► In welke rol ziet de patiënt mij?
► Hoe ervaart de patiënt mij?
► Hoe zet deze patiënt zichzelf neer?
► Hoe beschrijft deze patiënt de persoonlijkheid van, en zijn eigen relatie met, zijn moeder, vader, broers en zussen, eerdere therapeuten of andere belangrijke verzorgers?

Door te leren hoe een patiënt anderen ervaart en hoe hij zich opstelt ten opzichte van anderen, gaan we de patiënt beter begrijpen. Deze reflectie verdiept ook de therapeutische relatie. We kunnen deze gewoonte — nadenken over en met andere mensen — zelfs tijdens het diagnostisch onderzoek cultiveren.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.