Se­pa­ra­tie­angst­stoor­nis bij volwassenen Volwassenen met een se­pa­ra­tie­angst­stoor­nis zijn doorgaans overbezorgd over hun kinderen, echtgenoten, ouders of huisdieren en voelen zich opvallend ongemakkelijk wanneer ze van hen worden gescheiden. Daarentegen voelen mensen met een afhankelijke-per­soon­lijk­heids­stoor­nis zich ongemakkelijk of hulpeloos als ze alleen zijn vanwege hun overdreven angst dat ze niet voor zichzelf kunnen zorgen.

Andere psychische stoornissen en somatische aandoeningen De afhankelijke-per­soon­lijk­heids­stoor­nis moet worden onderscheiden van afhankelijkheid die ontstaat als gevolg van andere psychische stoornissen (zoals depressieve-stem­mings­stoor­nis­sen, de paniekstoornis, agorafobie) en als gevolg van somatische aandoeningen.

Andere per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen en per­soon­lijk­heids­trek­ken Andere per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen kunnen worden verward met de afhankelijke-per­soon­lijk­heids­stoor­nis doordat ze bepaalde kenmerken met elkaar gemeen hebben. Het is dan ook belangrijk om ze van elkaar te onderscheiden op grond van hun meest karakteristieke kenmerken. Als iemand echter per­soon­lijk­heids­ken­mer­ken heeft die behalve aan de criteria voor de afhankelijke-per­soon­lijk­heids­stoor­nis ook voldoen aan de criteria voor een of meer andere per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen, dan kunnen de classificaties voor al deze stoornissen worden toegekend. Veel per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen hebben kenmerken van afhankelijkheid, maar de afhankelijke-per­soon­lijk­heids­stoor­nis onderscheidt zich door het grotendeels onderworpen en aanklampende gedrag, en door de aanname van de betrokkene dat hij of zij niet in staat is om adequaat te functioneren zonder de hulp en ondersteuning van anderen.

Zowel de afhankelijke- als de borderline-per­soon­lijk­heids­stoor­nis heeft verlatingsangst als kenmerk, maar iemand met een borderline-per­soon­lijk­heids­stoor­nis reageert op verlating met gevoelens van emotionele leegte en boosheid, en door eisen te stellen, terwijl iemand met een afhankelijke-per­soon­lijk­heids­stoor­nis reageert door zich nog meer verzoenend op te stellen en zich onderworpen te tonen, en met de sterke drang om voor zorg en steun snel op zoek te gaan naar een vervangende relatie. De borderline-per­soon­lijk­heids­stoor­nis onderscheidt zich verder van de afhankelijke-per­soon­lijk­heids­stoor­nis door het karakteristieke patroon van instabiele en intense relaties. Mensen met een histrionische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis hebben net als mensen met een afhankelijke-per­soon­lijk­heids­stoor­nis een sterke behoefte aan geruststelling en goedkeuring, en kunnen kinderlijk en aanklampend overkomen. Maar anders dan de afhankelijke-per­soon­lijk­heids­stoor­nis, met als kenmerk zichzelf wegcijferend en volgzaam gedrag, heeft de histrionische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis als kenmerk dat de betrokkene graag in gezelschap verkeert, zich daarbij flamboyant gedraagt en actief om aandacht vraagt. Bovendien hebben mensen met een histrionische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis meestal minder inzicht in hun onderliggende behoefte om afhankelijk te zijn dan mensen met een afhankelijke-per­soon­lijk­heids­stoor­nis. De afhankelijke-per­soon­lijk­heids­stoor­nis heeft met de vermijdende-per­soon­lijk­heids­stoor­nis de volgende kenmerken gemeen: het gevoel tekort te schieten, de over­ge­voe­lig­heid voor kritiek, en de behoefte aan geruststelling; mensen met een vermijdende-per­soon­lijk­heids­stoor­nis hebben echter een zo grote angst om te worden vernederd en afgewezen, dat zij zich terugtrekken totdat ze zeker weten dat ze zullen worden geaccepteerd. Mensen met een afhankelijke-per­soon­lijk­heids­stoor­nis vertonen daarentegen een patroon van het opzoeken en in stand houden van verbondenheid met belangrijke anderen, in plaats van dat ze relaties vermijden en zich eruit terugtrekken.

Trekken van de afhankelijke-per­soon­lijk­heids­stoor­nis komen bij veel mensen voor. Alleen als deze trekken inflexibel, maladaptief en hardnekkig zijn, en significante beperkingen in het functioneren of lijdensdruk veroorzaken, is er sprake van een afhankelijke-per­soon­lijk­heids­stoor­nis.

Per­soon­lijk­heids­ver­an­de­ring door een somatische aandoening De afhankelijke-per­soon­lijk­heids­stoor­nis moet worden onderscheiden van een per­soon­lijk­heids­ver­an­de­ring door een somatische aandoening, waarbij de trekken die iemand ontwikkelt een direct fysiologisch gevolg zijn van een somatische aandoening.

Stoornissen in het gebruik van een middel De afhankelijke-per­soon­lijk­heids­stoor­nis moet ook worden onderscheiden van symptomen die zich kunnen ontwikkelen in samenhang met persisterend middelengebruik.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.