Er kan een verhoogd risico zijn op een depressieve-stemmingsstoornis, een angststoornis of een aanpassingsstoornis. De afhankelijke-persoonlijkheidsstoornis komt vaak samen met andere persoonlijkheidsstoornissen voor, vooral met de borderline-, de vermijdende- en de histrionische-persoonlijkheidsstoornis. Het doormaken van een chronische somatische ziekte of een persisterende separatieangststoornis in de kindertijd of adolescentie kan de betrokkene vatbaar maken voor de ontwikkeling van deze stoornis.