De snelheid en de ernst van de ont­trek­kings­symp­to­men die met opioïden samenhangen, zijn afhankelijk van de halfwaardetijd van het betreffende opioïde. De meeste mensen die lichamelijk afhankelijk zijn van kortwerkende drugs zoals heroïne, ervaren binnen zes tot twaalf uur na de laatste dosis al de eerste ont­trek­kings­symp­to­men. Bij langer werkende drugs, zoals methadon of buprenorfine, kan het twee tot vier dagen duren voor de eerste symptomen optreden. De acute ont­trek­kings­symp­to­men van een kortwerkend opioïde zoals heroïne bereiken doorgaans binnen één tot drie dagen hun hoogtepunt en zakken dan gedurende vijf tot zeven dagen langzaam af. Meer chronische symptomen (zoals angst, dysforie, anhedonie, hunkering (craving) en insomnia) kunnen weken tot maanden aanhouden. De ernst van de ont­trek­kings­symp­to­men is ook afhankelijk van de duur van het gebruik. Na een langdurige behandeling met opioïden tegen pijn kunnen de ont­trek­kings­symp­to­men tot een minimum worden beperkt door het geneesmiddel langzaam af te bouwen.

Kenmerkend voor mensen met een stoornis in het gebruik van een opioïde is dat zij ont­trek­kings­symp­to­men hebben en deze proberen te verminderen. Het beloop van het ont­trek­kings­syn­droom kan deel uitmaken van een escalerend patroon waarin een opioïde wordt gebruikt om de ont­trek­kings­symp­to­men te verminderen, en dat daarna zelf tot terugkerende ont­trek­kings­symp­to­men leidt.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.