Onttrekkingssyndroom van een opioïde
Opioid withdrawal
F11.3
CLASSIFICATIECRITERIA
AAanwezigheid van een van de volgende kenmerken:
1Staking (of mindering) van opioïdegebruik dat fors en langdurig is geweest (enkele weken of langer).
2Toediening van een opioïdeantagonist na een periode van opioïdegebruik.
BDrie (of meer) van de volgende kenmerken ontstaan binnen enkele minuten tot enkele dagen na de gebeurtenis uit criterium A:
1Dysfore stemming.
2Misselijkheid of braken.
3Spierpijn.
4Lacrimatie of rinorroe.
5Pupilverwijding, pilo-erectie of transpireren.
6Diarree.
7Gapen.
8Koorts.
9Insomnia.
CDe klachten of verschijnselen van criterium B veroorzaken klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.
DDe klachten of verschijnselen kunnen niet worden toegeschreven aan een somatische aandoening en kunnen niet beter worden verklaard door een andere psychische stoornis, waaronder de intoxicatie- of onttrekkingssymptomen van een ander middel.