Let op: deze stoornis is opgenomen in Deel III van de DSM-5-TR en is dus nog geen officiële stoornis.

Slechts weinig onderzoeken richten zich specifiek op suïciderisico bij mensen met de classificatie in­ter­net­ga­mingstoor­nis, maar er zijn wel onderzoeken beschikbaar over een breder fenotype van problematisch internetgebruik en online-gaminggedrag. Een Australisch representatief onderzoek onder huishoudens met jongeren in de leeftijd van 11–17 jaar (Young Minds Matter) wees uit dat problematisch internetgebruik en online-gaminggedrag samenhangt met een hoger risico op een suïcidepoging in het voorgaande jaar. Een en­quê­te­on­der­zoek onder 9510 Taiwanese leerlingen in de leeftijd van 12–18 jaar wees uit dat in­ter­net­ver­sla­ving, inclusief verslaving aan online gamen, samenhangt met su­ï­ci­de­ge­dach­ten en -pogingen, ook na correctie op demografische aspecten, depressiviteit, steun binnen het gezin en gevoel van eigenwaarde. In een representatieve steekproef van 8807 leerlingen van willekeurig geselecteerde Europese scholen had 3,62% een in­ter­net­ga­mingstoor­nis (vastgesteld met behulp van de DSM-5-criteria); verder werd het internetgebruik van 3,11% van de leerlingen beschouwd als pathologisch, maar deze leerlingen waren geen gamers. Beide groepen vertoonden een vergelijkbaar verhoogd risico op emotionele klachten, nor­mo­ver­schrij­dend gedrag, hyperactiviteit/onoplettendheid, zelf­be­scha­di­gend gedrag, en su­ï­ci­de­ge­dach­ten en suïcidaal gedrag. De effecten van problematisch internetgebruik op de geestelijke gezondheid, waaronder het hebben van su­ï­ci­de­ge­dach­ten of het vertonen van suïcidaal gedrag, lijken verband te houden met — en wellicht te worden gemedieerd door — de impact van problematisch internetgebruik op de slaap.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.