Let op: deze stoornis is opgenomen in Deel III van de DSM-5-TR en is dus nog geen officiële stoornis.

In­ter­net­ga­mingstoor­nis

Internet gaming disorder

VOORSTEL VOOR CRITERIA

Persisterend en recidiverend gebruik van internet om te gamen, vaak met andere spelers, wat leidt tot klinisch significante lijdensdruk of beperkingen, zoals blijkt uit de aanwezigheid van vijf (of meer) van de volgende kenmerken, in de periode van een jaar:

1Preoccupatie met internetgames. (De gedachten van de betrokkene gaan over eerdere ga­ming­ac­ti­vi­tei­ten of lopen vooruit op het spelen van de volgende game; het internetgamen is de op de voorgrond staande activiteit in het dagelijks leven.)
NB Deze stoornis verschilt van het internetgokken, dat valt onder de gokstoornis.

2Ont­trek­kings­symp­to­men wanneer de mogelijkheid tot internetgamen wordt ontnomen. (Deze symptomen worden meestal beschreven als prikkelbaarheid, angst of verdriet, maar er is geen sprake van lichamelijke verschijnselen, zoals bij farmacologische onttrekking.)

3Tolerantie — de behoefte om een toenemende hoeveelheid tijd te besteden aan internetgames.

4Onsuccesvolle pogingen om de deelname aan internetgames in de hand te houden.

5Verminderde belangstelling voor eerdere hobby’s en andere activiteiten van vermaak vanwege, en met uitzondering van, internetgames.

6Voortzetting van excessief gebruik van internetgames, ondanks de wetenschap dat er psychosociale problemen zijn.

7Heeft gezinsleden, therapeuten of anderen misleid wat betreft de hoeveelheid tijd die aan het internetgamen wordt besteed.

8Gebruikt internetgames om een negatieve stemming (bijvoorbeeld gevoelens van hulpeloosheid, schuld, angst) te ontvluchten of te verlichten.

9Heeft een belangrijke relatie, baan of opleidings- of car­ri­è­re­mo­ge­lijk­heid in gevaar gebracht of verloren vanwege deelname aan internetgames.

NB Internetgames met gokken vallen niet onder deze stoornis. Internetgebruik voor activiteiten die voor een bedrijf of beroep noodzakelijk zijn, worden niet meegeteld. De classificatie is ook niet bedoeld om ander recreatief of sociaal internetgebruik te includeren. Het bezoek aan sekssites op internet mag ook niet worden meegeteld.

Specificeer actuele ernst:
De in­ter­net­ga­mingstoor­nis kan licht, matig of ernstig zijn. Dit hangt af van de mate waarin de normale activiteiten verstoord worden. Bij mensen met een minder ernstige vorm van de in­ter­net­ga­mingstoor­nis zijn soms minder symptomen aanwezig en heeft de stoornis een minder verstorend effect op hun leven. Mensen met een ernstige vorm van de in­ter­net­ga­mingstoor­nis brengen meer uren achter de computer door en hebben meer relaties verloren of zijn meer carrière- of op­lei­dings­kan­sen misgelopen.

De gokstoornis is op dit moment de enige niet-mid­del­ge­re­la­teer­de stoornis die in de DSM-5 is opgenomen, in het hoofdstuk ‘Mid­del­ge­re­la­teer­de en ver­sla­vings­stoor­nis­sen’ in deel II. Er zijn echter ook andere ge­drags­stoor­nis­sen die enige overeenkomst hebben met de stoornissen in het gebruik van een middel en met de gokstoornis — die veelal in een niet-medische setting worden aangeduid met het woord ‘verslaving’ — en het drangmatig spelen van internetgames is een stoornis waarover bij uitstek bijzonder veel literatuur bestaat. Bekend is dat de Chinese overheid het internetgamen als een ‘verslaving’ heeft gedefinieerd, en dat het in Zuid-Korea als een bedreiging voor de volksgezondheid wordt beschouwd; in beide landen is een systeem opgezet voor preventie en behandeling. Rapportages over de behandeling van deze stoornis, voornamelijk uit Aziatische landen maar ook in de Verenigde Staten en andere hoge-inkomenslanden, zijn in de medische vakliteratuur gepubliceerd.

De DSM-5-werkgroep heeft meer dan 240 artikelen beoordeeld en heeft in het gedrag bij het internetgamen een aantal overeenkomsten gevonden met de gokstoornis en met de stoornissen in het gebruik van een middel. De literatuur geeft echter geen stan­daard­de­fi­ni­tie waarmee gegevens voor het vaststellen van de prevalentie kunnen worden verkregen. Ook biedt deze geen inzicht in het natuurlijke beloop van de stoornis, met of zonder behandeling. De literatuur beschrijft wel veel onderliggende overeenkomsten met een mid­del­ver­sla­ving, waaronder aspecten van tolerantie, onttrekking, de herhaalde weinig succesvolle pogingen om te minderen of te stoppen, en beperkingen in het normale functioneren. Verder is vanwege de ogenschijnlijk hoge prevalentie, in Aziatische landen en in mindere mate in het Westen, inclusie van deze stoornis in deel III van de DSM-5 en in het hoofdstuk ‘Psychische stoornissen en ge­drags­stoor­nis­sen’ van de ICD-11 gerechtvaardigd. Opmerkelijk is dat het aantal rapporten zich sinds de publicatie van de DSM-5 is blijven opstapelen, maar dat veel van de problemen onopgelost blijven.

De in­ter­net­ga­mingstoor­nis is van belang geworden voor de volksgezondheid, en aanvullend we­ten­schap­pe­lijk onderzoek zou het bewijs kunnen leveren dat de in­ter­net­ga­mingstoor­nis (ook dikwijls omschreven als een stoornis in het gebruik van internet, een in­ter­net­ver­sla­ving, of een gameverslaving) een op­zich­zelf­staan­de stoornis is. Net als bij de gokstoornis is er epidemiologisch onderzoek nodig om de prevalentie, het klinische beloop, de mogelijke genetische invloed en de potentiële biologische factoren vast te stellen op basis van, bijvoorbeeld, bevindingen uit beeldvormend hersenonderzoek.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.