Let op: deze stoornis is opgenomen in Deel III van de DSM-5-TR en is dus nog geen officiële stoornis.

De stoornis in het gebruik van cafeïne wordt gekenmerkt door het continueren van cafeïnegebruik en door het onvermogen om het gebruik in de hand te houden ondanks de ongunstige lichamelijke en/of psychische gevolgen. In twee Amerikaanse onderzoeken onder de algemene bevolking gaf 14 tot 17% van de ca­fe­ï­ne­ge­brui­kers aan cafeïne te blijven gebruiken, ondanks de lichamelijke of psychische problemen die ze ervan ondervinden; 34 tot 45% rapporteerde een aanhoudend verlangen of mislukte pogingen om het cafeïnegebruik in de hand te houden; en 18 tot 27% meldde ont­trek­kings­ver­schijn­se­len of gaf aan cafeïne te gebruiken om de onttrekking te verlichten of te voorkomen. In dezelfde onderzoeken meldden sommige ca­fe­ï­ne­ge­brui­kers dat ze meer cafeïne gebruiken dan ze willen; veel tijd besteden aan het gebruiken of verkrijgen van cafeïne (bijvoorbeeld de hele dag, tot in de avond, koffie drinken); tolerantie hebben ontwikkeld; een sterk verlangen of hunkering hebben naar cafeïne; als gevolg van het cafeïnegebruik belangrijke rol­ver­plich­tin­gen niet nakomen (bijvoorbeeld tijd verspillen tijdens een gezinsvakantie door de zoektocht naar cafeïnehoudende dranken, wat kan leiden tot re­la­tie­pro­ble­men; herhaaldelijk te laat op het werk komen vanwege de noodzaak om koffie te halen); en, in veel mindere mate, doorgaan met het gebruiken van cafeïne ondanks de sociale of in­ter­per­soon­lij­ke problemen die men ervaart. Somatische en psychische problemen die aan cafeïne kunnen worden toegeschreven zijn onder andere hart-, maag- en mictieklachten, en klachten van angst, somberheid, insomnia, prikkelbaarheid en moeite met het denken.

In een Hongaars onderzoek onder 2259 ca­fe­ï­ne­ge­brui­kers resulteerde een factoranalyse van de negen criteria voor de stoornis in het gebruik van cafeïne uiteindelijk in één factor, wat suggereert dat deze stoornis een unitaire constructie is. In twee onderzoeken in Baltimore naar de behandeling van de stoornis waren de meest onderschreven criteria onttrekking (97%); aanhoudend verlangen of mislukte pogingen om het gebruik in de hand te houden (91–94%); en doorgaan met het gebruik ondanks het besef dat de lichamelijke of psychische problemen van de betrokkene veroorzaakt worden door cafeïne (75–91%).

Van de mensen die professionele hulp inschakelden voor het problematisch cafeïnegebruik, rapporteerde 88% eerder serieuze pogingen te hebben ondernomen om het cafeïnegebruik te matigen, en rapporteerde 43 tot 47% dat een medisch deskundige hen had geadviseerd het gebruik van cafeïne te verminderen of te staken. Gezondheid (59%) en een wens om niet afhankelijk te zijn van cafeïne (35%) waren de meest voorkomende redenen om het cafeïnegebruik te matigen.

De tekst over ca­fe­ï­ne­ont­trek­king in het hoofdstuk ‘Mid­del­ge­re­la­teer­de en ver­sla­vings­stoor­nis­sen’ in deel II geeft informatie over de kenmerken van het ont­trek­kings­cri­te­ri­um. Dat bij habituele ca­fe­ï­ne­ge­brui­kers een duidelijk zichtbaar ont­trek­kings­syn­droom kan optreden na acute onttrekking van cafeïne is afdoende beschreven, en veel mensen met een ca­fe­ï­ne­af­han­ke­lijk­heid hebben gerapporteerd dat zij het gebruik van cafeïne voortzetten om de ont­trek­kings­symp­to­men te voorkomen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.