Let op: deze stoornis is opgenomen in Deel III van de DSM-5-TR en is dus nog geen officiële stoornis.

Stoornis in het gebruik van cafeïne

Caffeine use disorder

VOORSTEL VOOR CRITERIA

Een problematisch patroon van cafeïnegebruik dat leidt tot klinisch significante beperkingen of lijdensdruk, zoals blijkt uit minstens de eerste drie van de volgende criteria, die binnen een periode van een jaar optreden:

1Er is een persisterende wens of er zijn vergeefse pogingen om het gebruik van cafeïne te minderen of in de hand te houden.

2Het cafeïnegebruik wordt gecontinueerd ondanks de wetenschap dat er een persisterend of recidiverend lichamelijk of psychisch probleem is dat waarschijnlijk wordt veroorzaakt of verergerd door cafeïne.

3Ont­trek­kings­symp­to­men, zoals blijkt uit minstens één van de volgende kenmerken:

aHet kenmerkende ont­trek­kings­syn­droom van cafeïne.

bCafeïne (of een nauw hiermee verwant middel) wordt gebruikt om ont­trek­kings­symp­to­men te verlichten of te voorkomen.

4Cafeïne wordt vaak gebruikt in grotere hoeveelheden of langduriger dan de bedoeling was.

5Recidiverend cafeïnegebruik, met als gevolg dat de belangrijkste rol­ver­plich­tin­gen niet worden nagekomen op het werk, op school of thuis (bijvoorbeeld herhaaldelijk te laat komen of absentie op het werk of op school vanwege het gebruik of onttrekking van cafeïne).

6Aanhoudend cafeïnegebruik ondanks persisterende of recidiverende sociale of in­ter­per­soon­lij­ke problemen, veroorzaakt of verergerd door de effecten van cafeïne (bijvoorbeeld ruzie met de partner over de gevolgen van het gebruik, somatische problemen, kosten).

7Tolerantie, zoals gedefinieerd door minstens één van de volgende kenmerken:

aBehoefte aan een duidelijk toegenomen hoeveelheid cafeïne om het gewenste effect te bereiken.

bEen duidelijk verminderd effect bij voortgezet gebruik van dezelfde hoeveelheid cafeïne.

8Veel tijd wordt besteed aan activiteiten die nodig zijn om aan cafeïne te komen, cafeïne te gebruiken, of te herstellen van de effecten ervan.

9Hunkering, of een sterke wens of drang tot cafeïnegebruik.

In verschillende onderzoeken zijn de kenmerken van mensen met problematisch cafeïnegebruik beschreven, en verschillende recente reviews bieden een analyse van deze we­ten­schap­pe­lij­ke literatuur. De clas­si­fi­ca­tie­cri­te­ria die voor het onderzoek naar de stoornis in het gebruik van cafeïne worden voorgesteld, zijn niet dezelfde als die bij de andere stoornissen in het gebruik van een middel, omdat het voor het toekennen van een psychische stoornis noodzakelijk is dat alleen die gevallen geïdentificeerd worden die van voldoende klinisch belang zijn. De hoofdreden voor inclusie van de stoornis in het gebruik van cafeïne in dit deel van de DSM-5 is het stimuleren van we­ten­schap­pe­lijk onderzoek waarin de betrouwbaarheid, validiteit en prevalentie van de stoornis in het gebruik van cafeïne worden vastgesteld op basis van de voorgestelde clas­si­fi­ca­tie­cri­te­ria. Als onderdeel van de va­li­di­teits­toet­sing moet vooral de samenhang tussen de classificatie en de beperkingen in het functioneren zorgvuldig worden onderzocht.

Uit het voorstel voor criteria voor de stoornis in het gebruik van cafeïne blijkt dat de clas­si­fi­ca­tie­drem­pel voor deze stoornis hoger moet zijn dan die voor de andere stoornissen in het gebruik van een middel. Aangezien habitueel aangepast dagelijks cafeïnegebruik bij een groot deel van de algemene bevolking voorkomt, wordt met een dergelijke drem­pel­ver­ho­ging het over­di­a­gnos­ti­ce­ren van de stoornis in het gebruik van cafeïne voorkomen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.