Andere psychische stoornissen en persoonlijkheidstrekken Veel van de specifieke criteria voor de persoonlijkheidsstoornissen beschrijven kenmerken (zoals achterdocht, afhankelijkheid, ongevoeligheid) die ook kenmerkend zijn voor episoden van andere psychische stoornissen. Een classificatie persoonlijkheidsstoornis moet alleen worden toegekend als de definiërende kenmerken eerder dan op volwassen leeftijd zichtbaar zijn geworden, kenmerkend zijn voor iemands functioneren op lange termijn, en niet uitsluitend optreden in het beloop van een andere psychische stoornis.
Het kan bijzonder lastig zijn (en niet bijzonder nuttig) om onderscheid te maken tussen een persoonlijkheidsstoornis en een persisterende psychische stoornis, zoals een persisterende depressieve stoornis die op jeugdige leeftijd ontstaat en die een duurzaam, relatief stabiel beloop heeft. Sommige persoonlijkheidsstoornissen kunnen op grond van fenomenologische of biologische overeenkomsten of het familiair voorkomen een ‘spectrumrelatie’ hebben met andere psychische stoornissen (bijvoorbeeld: een schizotypische-persoonlijkheidsstoornis met schizofrenie; een vermijdende-persoonlijkheidsstoornis met een sociale-angststoornis).
Persoonlijkheidsstoornissen moeten worden onderscheiden van persoonlijkheidstrekken die de drempel van een persoonlijkheidsstoornis niet halen. Persoonlijkheidstrekken worden alleen dan als een persoonlijkheidsstoornis geclassificeerd als ze inflexibel, maladaptief en persisterend zijn, en significante lijdensdruk of beperkingen in het functioneren veroorzaken.
Psychotische stoornissen Voor de drie persoonlijkheidsstoornissen die in samenhang met de psychotische stoornissen kunnen optreden (de paranoïde-, de schizoide- en de schizotypische-persoonlijkheidsstoornis) is er een uitsluitingscriterium dat inhoudt dat het gedragspatroon niet alleen moet zijn opgetreden tijdens het beloop van schizofrenie, een bipolaire- of depressieve-stemmingsstoornis met psychotische kenmerken, of een andere psychotische stoornis. Als een patiënt een persisterende psychotische stoornis heeft (zoals schizofrenie) die is voorafgegaan door een reeds aanwezige persoonlijkheidsstoornis, moet ook de persoonlijkheidsstoornis worden geregistreerd, gevolgd door ‘premorbide’ tussen haakjes.
Angststoornissen en depressieve-stemmingsstoornissen De clinicus moet voorzichtig zijn met het toekennen van een classificatie persoonlijkheidsstoornis tijdens een episode van een depressieve-stemmingsstoornis of een angststoornis, aangezien deze stoornissen symptoomkenmerken kunnen hebben die sterk doen denken aan persoonlijkheidstrekken, en die het moeilijker kunnen maken om retrospectief een goed oordeel te vormen over het reeds langer bestaande patroon van persoonlijkheidsfunctioneren van de betrokkene.
Posttraumatische-stressstoornis Als persoonlijkheidsveranderingen ontstaan en aanhouden nadat iemand aan extreme stress is blootgesteld, moet de classificatie posttraumatische-stressstoornis worden overwogen.
Stoornissen in het gebruik van een middel Als iemand een stoornis in het gebruik van een middel heeft, is het belangrijk om geen classificatie persoonlijkheidsstoornis toe te kennen op grond van alleen gedrag dat een gevolg is van intoxicatie door of onttrekking van een middel, of gedrag dat samenhangt met activiteiten ten dienste van het kunnen voortzetten van het gebruik (zoals antisociaal gedrag).
Persoonlijkheidsverandering door een somatische aandoening Wanneer duurzame persoonlijkheidsveranderingen optreden als gevolg van de fysiologische effecten van een somatische aandoening (bijvoorbeeld een hersentumor), moet de classificatie persoonlijkheidsverandering door een somatische aandoening worden overwogen.