Gokken houdt in dat iemand iets waardevols riskeert in de hoop daarmee iets te verkrijgen wat nog meer waard is. In veel culturen gokken mensen op spelen en gebeurtenissen, meestal zonder dat er problemen van komen. Sommige mensen raken echter in substantiële problemen door hun gokgedrag. Het hoofdkenmerk van de gokstoornis is persisterend en recidiverend maladaptief gokgedrag dat de persoonlijke, gezins- en/of professionele doelen verstoort (criterium A). De gokstoornis is gedefinieerd als het op enig moment in hetzelfde jaar optreden van een cluster van vier of meer van de kenmerken uit criterium A.
Er kan zich een patroon ontwikkelen van steeds terugkomen om geleden verliezen terug te winnen en een grote behoefte om te blijven gokken (vaak met steeds grotere inzet wedden of steeds grotere risico’s nemen) om een verlies of een aantal verliezen goed te maken. De betrokkene kan daarbij van gokstrategie veranderen en gaan proberen alles in één keer terug te winnen. Hoewel veel gokkers dit patroon periodiek en kort vertonen, is het kenmerkend voor een gokstoornis als dit patroon langdurig en vaak optreedt (criterium A6). De betrokkene kan gaan liegen tegen gezinsleden, therapeuten of anderen om te verhullen hoe belangrijk het gokken is geworden. Enkele voorbeelden hiervan zijn het verhullen van illegaal gedrag zoals bedrog, fraude, diefstal of verduistering om aan geld te komen om mee te gokken (criterium A7). Ook kan de betrokkene om ‘leningen’ gaan vragen bij gezinsleden of anderen, om hem of haar uit de financiële problemen te halen die veroorzaakt zijn door het gokken (criterium A9).
In sommige gevallen kunnen symptomen die voldoen aan de classificatiecriteria van de gokstoornis optreden als een direct fysiologisch gevolg van het gebruik van dopaminerge medicatie, zoals die voorgeschreven wordt om de ziekte van Parkinson te behandelen. Wanneer dergelijke symptomen zijn geïnduceerd door een geneesmiddel, dient dit te worden geclassificeerd als een gokstoornis.