De naam van de psychotische stoornis door een middel/medicatie begint met ‘psychotische stoornis door’, gevolgd door de naam van het specifieke middel (bijvoorbeeld cocaïne of dexamethason) waarvan wordt verondersteld dat het de wanen of hallucinaties veroorzaakt. De code wordt geselecteerd uit de tabel bij de lijst met criteria, en is gebaseerd op de klasse van het middel. Voor middelen die niet passen in een van deze klassen (bijvoorbeeld dexamethason), moet de code voor ‘een ander (of onbekend) middel’ worden gekozen. En in gevallen waarin wordt geoordeeld dat een middel een etiologische factor is, maar de specifieke klasse waartoe het behoort onbekend is, moet dezelfde
code worden gebruikt.

Achter de naam van het middel staat de specificatie over het begin (‘met begin tijdens intoxicatie’, ‘met begin tijdens onttrekking’). Aan de stoornis in het gebruik van een middel wordt een aparte code toegekend. Stel bijvoorbeeld dat een man met een ernstige stoornis in het gebruik van cocaïne tijdens de intoxicatie wanen heeft, dan is de classificatie: F14.5 psychotische stoornis door cocaïne, met begin tijdens intoxicatie. Daarnaast wordt de classificatie F14.2 ernstige stoornis in het gebruik van cocaïne toegekend. Wanneer geoordeeld wordt dat meer dan één middel een belangrijke rol speelt in het ontstaan van de psy­cho­se­symp­to­men, dient elk middel apart te worden vermeld (bijvoorbeeld F12.5 psychotische stoornis door cannabis, met begin tijdens intoxicatie; F16.5 psychotische stoornis door fencyclidine, met begin tijdens intoxicatie.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.