Intoxicatie door of onttrekking van een middel Mensen bij wie sprake is van intoxicatie door stimulantia, cannabis, het opioïde meperidine, of fencyclidine, of zij die bezig zijn met ontwenning van alcohol, kunnen veranderingen in hun perceptie ervaren die ze herkennen als effecten van het middel. Als bij deze ervaringen het realiteitsbesef intact blijft (dat wil zeggen: de betrokkene beseft dat die waarnemingen door het middel worden veroorzaakt, en gelooft er niet in of handelt er niet naar), gaat het niet om een psychotische stoornis door een middel/medicatie. In plaats daarvan wordt de classificatie: intoxicatie door een middel of onttrekkingssyndroom van een middel, met perceptiestoornissen (bijvoorbeeld intoxicatie door cocaïne, met perceptiestoornissen). Uit flashbacks bestaande hallucinaties die nog lang na het stoppen van het gebruik van een hallucinogeen kunnen terugkomen, worden geclassificeerd als: persisterende stoornis in de perceptie door een hallucinogeen. Als de door een middel of medicatie veroorzaakte psychosesymptomen alleen optreden tijdens het beloop van een delirium, zoals bij ernstige vormen van onttrekking van alcohol, worden de psychosesymptomen beschouwd als een bijkomend kenmerk van het delirium en worden de symptomen niet apart geclassificeerd. Wanen binnen de context van een neurocognitieve stoornis worden geclassificeerd als: neurocognitieve stoornis, met gedragsstoornissen.
Onafhankelijke psychotische stoornis Een psychotische stoornis door een middel/medicatie wordt onderscheiden van een onafhankelijke psychotische stoornis, zoals schizofrenie, de schizoaffectieve stoornis, de waanstoornis, de kortdurende psychotische stoornis, een andere gespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis of een andere ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis, op basis van het oordeel dat het middel etiologisch is gerelateerd aan de symptomen.
Psychotische stoornis door een somatische aandoening Een stoornis door een middel/medicatie als gevolg van een voorgeschreven behandeling vanwege een psychische stoornis of een somatische aandoening begint per definitie terwijl de betrokkene de medicatie krijgt (of tijdens de onttrekking, als er bij het betreffende geneesmiddel sprake is van een onttrekkingssyndroom). Aangezien mensen met somatische aandoeningen vaak geneesmiddelen gebruiken, dient de clinicus rekening te houden met de mogelijkheid dat de psychosesymptomen worden veroorzaakt door de fysiologische gevolgen van de somatische aandoening zelf, in plaats van door de medicatie, en in dat geval luidt de classificatie: psychotische stoornis door een somatische aandoening. Voor de beoordeling hiervan dient de anamnese als de voornaamste informatiebron. Soms kan een verandering in de behandeling (bijvoorbeeld vervanging of stopzetten van het geneesmiddel) noodzakelijk zijn om empirisch te kunnen vaststellen of voor de specifieke betrokkene de medicatie de oorzaak is. Als de clinicus heeft vastgesteld dat de problemen zijn toe te schrijven aan zowel een somatische aandoening als het gebruik van een middel of medicatie, kunnen beide classificaties (psychotische stoornis door een somatische aandoening en psychotische stoornis door een middel/medicatie) worden toegekend.
Andere gespecificeerde of ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis De psychosesymptomen die onder de classificatie psychotische stoornis door een middel/medicatie vallen, beperken zich tot ofwel wanen ofwel hallucinaties. Personen met andere psychosesymptomen door een middel (bijvoorbeeld gedesorganiseerd of katatoon gedrag; gedesorganiseerd spreken; incoherentie of irrationele inhoud) dienen de classificatie andere gespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis, of ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis toegekend te krijgen.