Het hoofdkenmerk van intoxicatie door een opioïde is de aanwezigheid van klinisch significante problematische gedrags- of psychische veranderingen (zoals aanvankelijke euforie gevolgd door apathie, somberheid, psy­cho­mo­to­ri­sche agitatie of vertraging, verminderd oor­deels­ver­mo­gen) die tijdens of kort na het gebruik van een opioïde ontstaan (criteria A en B). De intoxicatie gaat gepaard met pupilvernauwing (tenzij er een ernstige overdosis is geweest waarbij anoxie en pupilverwijding optreden), naast minstens één van de volgende symptomen: slaperigheid (beschreven als ‘knikkebollen’), ongearticuleerd spreken en aandachts- of ge­heu­gen­stoor­nis­sen (criterium C); de slaperigheid kan uiteindelijk in een coma uitmonden. Mensen met een intoxicatie door een opioïde kunnen erg onoplettend zijn naar hun omgeving, zelfs zodanig dat zij potentieel gevaarlijke gebeurtenissen negeren. De klachten of verschijnselen van intoxicatie door een opioïde mogen niet zijn toe te schrijven aan een somatische aandoening en kunnen niet beter door een andere psychische stoornis worden verklaard (criterium D).

Tot 2009 waren overdoseringen vooral te wijten aan voorgeschreven opioïden, maar vanaf 2010 begonnen de overdoseringen door heroïne sterk te stijgen, en sinds 2015 zijn er bovendien meer dodelijke overdoses door andere synthetische opioïden dan methadon (meestal fentanyl) dan door voorgeschreven opioïden.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.