Intoxicatie door een opioïde
Opioid intoxication
F11.0
CLASSIFICATIECRITERIA
ARecent gebruik van een opioïde.
BKlinisch significante problematische gedrags- of psychische veranderingen (zoals aanvankelijke euforie gevolgd door apathie, somberheid, psychomotorische agitatie of vertraging, verminderd oordeelsvermogen) ontstaan tijdens of kort na opioïdegebruik.
CPupilvernauwing (of pupilverwijding door anoxie bij een ernstige overdosis) en minstens één van de volgende klachten of verschijnselen, ontstaan tijdens of vlak na het opioïdegebruik:
1Slaperigheid of coma.
2Ongearticuleerd spreken.
3Aandachts- of geheugenstoornis.
DDe klachten of verschijnselen kunnen niet worden toegeschreven aan een somatische aandoening en kunnen niet beter worden verklaard door een andere psychische stoornis, waaronder intoxicatie door een ander middel.
→Specificeer indien:
Met perceptiestoornissen Deze specificatie is van toepassing in de zeldzame gevallen dat er hallucinaties zijn met een intact realiteitsbesef, of dat er auditieve, visuele of tactiele illusoire vervalsingen optreden zonder een delirium.