Een depressieve-stem­mings­stoor­nis die veroorzaakt wordt door het gebruik van een middel (zoals alcohol, am­fe­ta­mi­ne­ach­ti­ge middelen en/of cocaïne, of een voorgeschreven geneesmiddel voor een somatische aandoening) moet beginnen tijdens het gebruik of tijdens de onttrekking, indien het staken van het middel gepaard gaat met een ont­trek­kings­syn­droom. Meestal begint de depressieve-stem­mings­stoor­nis binnen de eerste paar weken of binnen een maand van het zware gebruik van het middel. Als het gebruik wordt gestopt, nemen de depressieve symptomen meestal binnen enkele dagen tot weken af, afhankelijk van de halfwaardetijd van het middel of de medicatie en de aanwezigheid van een ont­trek­kings­syn­droom. Als de symptomen vier weken langer aanhouden dan het verwachte beloop van de onttrekking van een bepaald (genees)middel, dienen andere oorzaken voor de depressieve-stem­mings­symp­to­men in overweging te worden genomen.

Er zijn verschillende prospectieve, gecontroleerde onderzoeken verricht naar het verband tussen depressieve symptomen en het gebruik van een voorgeschreven geneesmiddel, maar de meeste gegevens zijn afkomstig uit retrospectieve reeksen van mensen die in behandeling komen, of deelnemers in grote crosssectionele onderzoeken, waardoor het moeilijk is om met zekerheid een causaal verband vast te stellen.

Er zijn meer onderzoeken gaande met betrekking tot het klinische beloop van depressiviteit door alcohol of drugs, en de meeste ondersteunen de stelling dat de aandoeningen die door een middel zijn veroorzaakt zeer waarschijnlijk binnen een relatief korte tijd na de start van de onthouding zullen verdwijnen. Even belangrijk zijn de aanwijzingen dat mensen met significante resterende depressieve symptomen na hun behandeling voor een stoornis in het gebruik van een middel een grotere kans hebben op een terugval in het middelengebruik.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.