CLASSIFICATIECRITERIA
AEen prominente en persisterende stemmingsstoornis die in het klinische beeld op de voorgrond staat en wordt gekenmerkt door een verlaagde stemming of een duidelijk verminderd(e) interesse of plezier in alle of bijna alle activiteiten.
BEr zijn aanwijzingen vanuit anamnese, lichamelijk onderzoek of laboratoriumuitslagen voor zowel (1) als (2):
1De in criterium A genoemde symptomen zijn ontstaan tijdens of kort na de intoxicatie door of onttrekking van een middel, of na blootstelling aan of onttrekking van een geneesmiddel.
2Van het betreffende (genees)middel is bekend dat het de in criterium A genoemde symptomen kan veroorzaken.
CDe stoornis kan niet beter worden verklaard door een depressieve-stemmingsstoornis die niet door een middel/medicatie is veroorzaakt. Aanwijzingen voor de aanwezigheid van een dergelijke onafhankelijke depressieve-stemmingsstoornis zijn:
De symptomen bestonden al voor het gebruik van het middel of de medicatie; de symptomen persisteren gedurende een aanzienlijke periode (bijvoorbeeld ongeveer een maand) na afloop van de acute onttrekking of ernstige intoxicatie; of er zijn andere aanwijzingen waaruit blijkt dat er sprake is van een onafhankelijke depressieve-stemmingsstoornis die niet door een middel/medicatie is veroorzaakt (bijvoorbeeld een voorgeschiedenis met recidiverende episoden die niet door een middel of medicatie zijn veroorzaakt).
DDe stoornis treedt niet uitsluitend op in het beloop van een delirium.
EDe stoornis veroorzaakt klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.
NB Deze classificatie moet alleen in plaats van een classificatie intoxicatie door of onttrekkingssyndroom van een middel worden toegekend wanneer de symptomen uit criterium A in het klinische beeld op de voorgrond staan en zo ernstig zijn dat afzonderlijke aandacht gerechtvaardigd is.
Coderingsaanwijzing De ICD-10-codes voor de depressieve-stemmingsstoornis door een specifiek (genees)middel zijn weergegeven in de volgende tabel.
| | ICD-10 |
Alcohol Fencyclidine of ander hallucinogeen Inhalantium Opioïde | F10.8 F16.8 F18.8 F11.8 |
Hypnoticum of anxiolyticum Amfetamineachtig middel (of ander stimulantium) Cocaïne Een ander (of onbekend) middel | F13.8 F15.8 F14.8 F19.8 |
→Specificeer ‘met begin tijdens intoxicatie’ en/of ‘met begin tijdens onttrekking’ (zie tabel 1 in het hoofdstuk ‘Middelgerelateerde en verslavingsstoornissen’, waarin vermeld staat of deze specificaties van toepassing zijn op een bepaalde klasse middelen); of specificeer ‘met begin na medicatiegebruik’:
Met begin tijdens intoxicatie Wanneer is voldaan aan de criteria voor intoxicatie door het middel en de symptomen ontstaan tijdens de intoxicatie.
Met begin tijdens onttrekking Wanneer is voldaan aan de criteria voor het onttrekkingssyndroom van het middel en de symptomen ontstaan tijdens of kort na de onttrekking.
Met begin na medicatiegebruik Wanneer de symptomen ontstaan na het beginnen met een geneesmiddel, na een verandering in het gebruik van een geneesmiddel, of tijdens de onttrekking van een geneesmiddel.