Risicofactoren voor de depressieve-stemmingsstoornis door een middel/medicatie zijn: een voorgeschiedenis van de antisociale-persoonlijkheidsstoornis, schizofrenie of een bipolaire-stemmingsstoornis; een voorgeschiedenis van stressvolle levensgebeurtenissen in de afgelopen twaalf maanden; een voorgeschiedenis van eerdere door drugs veroorzaakte depressiviteit; en een familiegeschiedenis van stoornissen in het gebruik van een middel. Bovendien dragen neurochemische veranderingen die samenhangen met alcohol en andere drugs vaak bij aan depressieve en angstsymptomen tijdens de onttrekking, wat vervolgens leidt tot het voortduren van het middelengebruik, en wat de kans op remissie van stoornissen in het gebruik van een middel vermindert. Het beloop van een depressieve-stemmingsstoornis door een middel kan verslechteren als gevolg van de sociaal-structurele problemen die samenhangen met armoede, racisme en marginalisatie.